Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 

 

 


 

Judith Herzberg: Het vrolijkt

De Harmonie, Amsterdam 2008, 56 blz.

€ 14,50  isbn 978 90 6169 849 4

 

 

 

 

Gedichten achter het nieuws  |

 

 

Het moet alweer meer dan tien jaar geleden zijn dat literatuurprofessor Ton Anbeek pleitte voor deelname van schrijvers aan het publieke debat. Later meldde ook Joost Zwagerman dat hij de vaderlandse intellectuelen node miste in het straatrumoer van alledag. En vorig jaar liet zelfs de minister-president zelve zich in soortgelijke bewoordingen uit.

Ik weet niet of dichters zich veel aan dergelijke oproepen gelegen laten zijn. En of de druk van Jan Peter Balkenende zwaarder gevoeld wordt dat die van Zwagerman of Anbeek. De meeste dichters nemen kennis van dit soort oprispingen (of juist niet) en vervolgen gewoon hun eigen ongebaande pad. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd blijven.

Ja, ik zeg dat nou wel zo makkelijk. Maar is het ook zo? Schrijvers zijn toch niet altijd van die eenzelvige individualisten geweest? Denk toch eens terug aan vroeger. In de jaren zestig bijvoorbeeld, toen roerden onze literatoren zich wel. Maar ja, als je nu Het woord bij de daad (1968) van Harry Mulisch terugleest, dan valt toch vooral op hoe vreselijk gedateerd zo’n actuele tekst kan worden. (En het pleit natuurlijk voor Mulisch dat hij in 1992 in De ontdekking van de hemel zijn Cubaanse avonturen ook al aardig wist te relativeren.)

 

In de bundel met de bedrieglijk zorgeloze titel Het vrolijkt van Judith Herzberg staan gedichten die weliswaar niet bovenop het nieuws zitten, maar die wel in de soms schrijnende achtergronden duiken. Eerder Zembla dan Nova, om in televisietermen te spreken.

 

Aan de bewakers van bijvoorbeeld Zeist

 

Heren of dames bewakers,

hierbij wat simpele vragen:

 

Wist u, toen u

werd opgeleid voor dit beroep,

dat u bereid

zou moeten zijn ook mensen

die geen kwaad hebben gedaan

in te sluiten?

            Dat u

verplicht zou worden kinderen,

in uw inrichting gevangen,

het rennen door de gangen

te verbieden?

 

Brandt niet de sleutel

waarmee u ’s avonds hun cel

op slot doet in uw hand?

 

Waarna het gedicht in een tweede deel nog wat persoonlijker wordt met vervelende vragen als “Hoe gaat u ’s avonds slapen, / hoe doet u dat?” en “Heeft u expres geen tijd / om na te denken, mee / te voelen?” en “Bent u nooit bang / dat u ook zelf ooit / in een gevang belandt? // Heet dat gevang dan / misschien Gruwelijke Spijt?”

Wij zijn het inderdaad niet meer zo gewend: een gedicht dat stelling neemt. Zodat leraren misschien toch weer zullen teruggrijpen op die aloude vraag “Wat bedoelt de dichter met…?” Want dit soort geëngageerde gedichten loopt natuurlijk weer volop het risico om met stalen nagels aan hun maker vastgeklonken te worden. Maar à la, er zijn vreselijker dingen in het leven. En de bundel van Herzberg staat er vol mee. Van gevangenissen waar onthoofd wordt tot leeftijdsdiscriminatie bij sollicitaties (ook weer erg actueel dankzij de crisis) en alles wat daar tussen zit. Want angst, pijn en verdriet blijven actueel. Dat blijkt wel uit de vrije vertaling die Herzberg samen met Ed Leeflang maakte van het gedicht ‘Refugee blues’ uit 1939 van W.H. Auden en dat ook in Het vrolijkt is opgenomen. In 1939 handelde het over gevluchte Duitse joden. Het gedicht eindigt zo:

 

Stond op een vlakte en de sneeuw viel neer

tienduizend soldaten marcheerden heer en weer:

op zoek naar jou en mij, mijn lief, op zoek naar jou en mij.

 

Voor de jeugd van 2009 komen deze vluchtelingen niet langer uit Duitsland, maar uit Darfur of Oost-Congo. Of uit welke brandhaard dan ook.

 

Maar slaat de titel Het vrolijkt dan werkelijk helemaal nergens op? Hangt hij alleen maar losjes aan zijn eigen ironie? Welnee. De gedichten van Herzberg wapenen zich tegen de grote en kleine wereldproblemen met kleine en kleinere observaties die het leven draaglijk maken. Als is het ook maar voor een ogenblik.

 

Het vrolijkt

 

Mij vrolijkt het

als bij de boerderij

waar deze trein

voorbij rijdt, vijf

blauwe overalls

te drogen hangen

aan een lijn.

 

Mij vrolijkt ook

de gans die in een wei

lijkt te staan peinzen.

 

Tegen zulk geluk is geen gevangenis bestand. Het is een soort van morele herbewapening waar je alleen in poëzie getuige van kan zijn. Zoals (de mare gaat) in het Rusland van Stalin mensen honderden verboden gedichten en verbrande boeken van buiten kenden. Niet alleen om ze aan de vergetelheid te onttrekken, maar vooral ook om zichzelf te wapenen tegen de ellende van alledag.

En dan nog moet je met Herzberg vaststellen:

 

Wat jammer dat we zoveel mooie woorden

laten liggen, veronachtzamen, verwaar-

lozen, zoals bijvoorbeeld het woord laven.