Het leven en de werken - 

                                                           Jan-deJong.nl

 

 

thuis  | beelden  |  columns  |  recensies  |  essays  |  500 woorden   

 

 

 

Johanna Geels: Wildberichten (2014)

Baarn: Uitgeverij Marmer

Isbn 978 94 6068 173 8, €12,50, 60 blz.

 


 

 

 

Sprookjes om uit te ontsnappen  |

 

 

 

Voor op de bundel Wildberichten van Johanna Geels staat een beeld van kunstenares en videoartieste Ana Mendieta (1948-1985), voor wie het menselijk lichaam in de natuur een belangrijk thema vormde.

Ook in de gedichten van Geels zien we dat beeld terug: de mens die vast zit of verdwaald is in een soms angstaanjagende natuur. En dat terwijl de bundel nog wel opent met een welgemeende ‘Waarschuwing’:

 

Niet brommen, geen open vuur

of overdreven longinhoud.

 

Niet schreeuwen tegen het gras

dat het zand zo ogenschijnlijk

losjes bij elkaar houdt.

 

Voel de troost van het steeds opkomend

kruid, de wortel die verbinding zoekt

in de zuigende grond.

 

Weeg de lucht in je handen

die zacht boven de struiken trilt.

Verlaat nooit het pad.

 

Hier rust het wild.

 

De lezer is dus gewaarschuwd, al doet zo’n begin wellicht wat middeleeuws aan. Vooral dat ‘Verlaat nooit het pad’,  doet mij erg denken aan het Middelnederlandse advies nimmer ‘buten weghe’ te treden, je nooit te begeven buiten de voor jou bestemde paden. Koning Karel doet het als hij samen met Elegast ’s nachts door de bossen trekt, alwaar de machtige vorst een onhandige kluns blijkt die op zeker moment zelfs het toverkruid uit zijn mond laat stelen. Ook in de Reinaert komen de beer en de kater er op uiterst pijnlijke wijze achter dat zij zich niet in het rijk van de vos moeten wagen. ‘Buten weghe’ gaan is niet alleen onverstandig, het is zelfs een motie van wantrouwen tegenover de schepping van God, waarin de goede wegen immers al lang zijn bepaald.

In Wildberichten is het niet God, maar de geheimzinnige natuur zelf die de ‘ik’ dreigt te overweldigen.

 

Gezichten en gebaren

kleven aan mijn jas,

mijn haren.

 

Onder het onverharde pad

knaagt kabouter Nr.068 zachtjes

aan de randen van mijn geest.

 

Zo begint het tweede gedicht. En de lezer weet: de natuur zet de aanval in. En wat voor natuur! Er komt nogal wat onheilspellends langs. Bijbelse kikkers, doodgeschopte terracottakonijnen, hypochondrische huisdieren, hongerige boomtakken die vogels uit de lucht graaien. En dat allemaal ingeleid door een eigenaardige kabouter. Wat is dat voor een wezen? En waarom gaat hij door het leven met een nummer in plaats van een naam? En betekent dat nummer (even doorredenerend in de geest van de aloude numerologie) ook nog iets? 068 lijkt op een gewoon Nederlands netnummer (dus op een nummer uit de echte wereld), maar dat is het natuurlijk niet. Het wordt in spam nogal eens gebruikt om mensen te verleiden om op te bellen naar een fictief bedrijf. Want het is natuurlijk gewoon het begin van een individueel mobiel 06-nummer. Het heeft er alle schijn van dat kabouter Nr.068 een keurig geordende wereld voor ons opent. Maar in plaats daarvan komen we in onze eigen ongrijpbare sprookjeswereld terecht. Een wereld, even onbetrouwbaar als de poëzie zelf. Zoals het gedicht ‘Zeven tips voor een gelukkig leven’ zo aardig demonstreert. Onder de titel volgen geen zeven maar slechts zes punten. In de wereld van Wildberichten is niets wat het lijkt en ‘Sommige dingen komen [dan ook] nooit goed’.

Een erg mooi gedicht vind ik ‘Murw’. Het tast de grenzen van het onmogelijke tegelijk krachtig en speels af:

 

Of ik al die kapotte meisjes niet eens zat ben.

Ja dat ben ik, echt, ik haat die opengetrokken

kousen, die murwgeslagen bekkies.

 

Zal ik eens een mooi meisje maken?

Zo eentje van antroposofisch vilt?

Met een ongebleekte Barbieverzameling?

En tuitlipjes om te zoenen?

 

Daar loopt er eentje, kom dan, meiiiiiiisje…

 

Kijk, daar gaat ze, ze heeft een zusje met gouden

lokken, een vers geschoten gewei boven de haard

en een Rottweiler, die altijd voor het raam zit.

En wacht tot het dak instort.

 

Die kapotte meisjes, ja, die waren natuurlijk erg zielig. Het tragikomische is evenwel dat het zelfgemaakte mooie meisje ook verre van ideaal is. In ieder geval is haar verhouding tot de natuur op zijn zachtst gezegd ambivalent met dat vers geschoten gewei aan de muur. En wat schiet je er dan mee op? Het zijn dergelijke vragen die de tekst voortdurend stelt. Precies zoals dat hoort in goede poëzie. De gedichten in Wildberichten wijzen je niet de weg. Ze nodigen uit om ‘buten weghe’ te gaan en verbaasd die onbegrijpelijke wereld te observeren. Zo beschouwd begint de natuur in de bundel langzamerhand iets van Hotel California weg te krijgen: je kunt er altijd in, maar je komt nooit meer weg. Gewoon omdat de sprookjeswereld je geest aantast met een geheel eigen soort Korsakov.

 

Er is een kamer om mij heen gegroeid.

Hier, rond de plek waar de gebarsten kat

zijn poot likt.

 

Ik zoek mijn naam, ergens moet hij staan,

op de ruggen in de boekenkast, in de laden

van het bureau, de kat die uit het raam kijkt.

 

[…]

 

Iemand zei laatst: wat een leuke kamer is dit.

Ik keek om me heen alsof ik hem voor het eerst zag.

Het morrend volk van uitgekookte schedels,

de poppenkoppen.

 

Iederéén zou eens vaker de dingen

voor een eerste keer moeten zien.

[…]

 

Hier slaat het gedicht de spijker op zijn kop. Het mooie van poëzie is niet alleen dat zij de lezer een onbekende wereld in trekt. Nee, het wordt pas echt bijzonder als het gedicht de lezer een al jaren bekende wereld opnieuw voor de eerst keer laat zien.

Misschien dat de gedichten van Geels die bekende wereld niet helemaal bereiken. Daar zijn ze mogelijk net iets te vervreemdend voor. Maar de prachtige zin ‘Iederéén zou eens vaker de dingen /

voor een eerste keer moeten zien’, toont dat ze de kern van de poëzie wel heel dicht benaderen. Alle reden om uit te zien naar een volgende bundel.

Ik schreef hierboven trouwens dat uit de gedichten op een Hotel California-achtige manier geen ontsnapping mogelijk is. Dat is gelukkig niet helemaal waar. Er is een escape, heel zichtbaar op bladzijde 30. Daar staat het gedicht ‘Vluchtinformatie’:

 

Hier volgt een bericht voor mensen

die het ook niet weten

’s avonds hun gezicht afleggen in de spiegel

boven de wc,

het doorspoelen als een goudvis:

 

Alles om ons heen is bedacht

 

En helemaal onder die verder lege bladzijde volgt dan tot slot de mededeling: ‘Om deze pagina te verlaten / druk ESC’. Wat voor sommige lezers misschien toch nog een hele opluchting is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.Jan-deJong.nl  |