Het leven en de werken op Jan-deJong.nl

 

 

 

thuis  | beelden  |  columns  |  recensies  |  essays  |  500 woorden   

 

 

 

 

K. Schippers: Buiten beeld (2014)

uitg. CPNB en Poetry International

Isbn 978 90 5965226 2,

Poëziegeschenk, 14 blz.

Antoine de Kom: Ritmisch zonder string (2013) Amsterdam: Querido

Isbn 978 90 214 4733 9, €19,95, 112 blz.

 

 


 

 

 

Napraten over wat nog te gebeuren staat  |

 

 

 

Het best betaalde gedicht van Nederland levert de auteur €10.000,00 op. Ik weet niet of dat veel is. Als je nagaat dat er in 2013 voor de Turing Gedichtenwedstrijd bijna tienduizend gedichten werden ingezonden à vier euro inschrijfgeld, dan is het misschien zelfs best weinig. Let wel, ik misgun niemand zo’n prijs. Maar het systeem is natuurlijk wel een beetje corrupt. Tienduizend mensen die, gelokt door gewin, ieder jaar vervuld van onterechte hoop aan het rijmen slaan, teneinde een organisatie in stand te houden en ook nog een relatief kleine bijdrage te leveren aan het prijzengeld. Ik weet het niet.

Gelukkig is er overal in Nederland ook volop ‘proletarisch’ gedichtengoed te bewonderen. Mooie poëzie op gevels geschilderd, in betontegels gebeiteld of in glas gesneden. Zo sieren honderden gedichten de binnenstad van Leiden. Maar ik ken ook gehuchten en buurtschappen waar één of twee goed gekozen verzen de dorpsstraat een beetje ophalen. Straten en stegen waar in een kort moment van verwondering de poëzie zijn werk doet. In Brabant liggen zelfs een aantal zogenaamde ‘poosplaatsen’ waar midden in het bos een in een zwerfkei gegraveerd gedicht de wandelaar niet alleen fysieke, maar ook geestelijke verpozing biedt.

Goede poëzie hoeft dus niet duur te zijn. Dat bleek ook weer uit Buiten beeld, het CPNB-geschenk dat in januari in de boekwinkels werd weggeven. Negen juweeltjes van K. Schippers, die de ervaren lezer misschien niet meer echt verrassen. Maar die als kennismaking met Schippers’ unieke geluid zeker niet onderdoen mijn eerste kennismaking, zo’n vijf decennia geleden. Kijk bijvoorbeeld eens naar ‘Zwart’:

 

Zie van deze letters,

die u hier leest,

heel even alleen maar

 

het zwart of elke

betekenis is weggeglipt.

 

Staketsels en ronding,

meer niet.

 

Bekijk ze

als een vijfjarig kind

dat nog nooit

iets heeft gelezen.

 

Een gedicht dat oproept om het niet te lezen, maar het alleen maar te bekijken. Wij vinden dat misschien niet zo vreemd. Maar dat ligt aan onszelf, gedeformeerd als wij zijn na een leven vol poëzie. Wij weten: ‘Jij hebt de dingen niet nodig / om te kunnen zien // De dingen hebben jou nodig / om gezien te kunnen worden’, aldus het nogal beroemde ‘Liefdesgedicht’ van Schippers. Het gedicht ‘Zwart’ wijst de lezer er nog eens op, dat er altijd een andere manier van kijken bestaat. En het probeert hem daarvan bewust te maken. Je kunt van een gedicht de woorden lezen, maar je kunt ook naar de vorm van de inkt kijken. Die is er immers ook, alleen niemand die het uit zichzelf ziet. Een ander gedicht uit Buiten beeld, ‘De tijd van een ander’ beschrijft wat je allemaal kunt doen terwijl je het bad laat vollopen. Het herinnert aan het lange ‘Tweemaal James Grieve’ dat voor het eerst in december 1966 in Hollands maandblad verscheen. Dat somt ruim vijftig activiteiten op (‘Je kan een paar spiegeleieren met gebakken bacon eten en er een paar koppen sterke koffie bij drinken / Je kan een wandeling door de bossen maken / Je kan de Grote Boze Wolf-strip uit een nummer van Donald Duck lezen’), om te eindigen met ‘Je kan eigenlijk wel van alles doen voor je een appel eet’.

Het bundeltje Buiten beeld wijst de argeloze lezer opnieuw op de uiterst beperkte manier waarop hij doorgaans de dingen waarneemt. En schept vervolgens ruimte, zoals ook in het titelgedicht:

 

Veertien blokken slordig op

het kleed. Toch is hun schikking

juist. Verplaats er een en het

is opnieuw juist. Wat liggen ze

 

daar nauwkeurig. Op tafel een

hamer naast een vaas met rozen.

De ronde tafel heeft een wit

blad en de witte tafel een rond

 

blad. Gele rozen in een blauwe

vaas, de blanke steel van de

hamer en dan ook nog de kubus,

de cirkel en de rechthoek van

 

de blokken: misschien zijn het

facetten van iets dat zich

voortzet op de wereld, ’t geheel

onttrekt zich aan je gezicht.

 

Hoe de blokken ook liggen, het is altijd juist, want ze liggen nou eenmaal zoals ze liggen. Het is onmogelijk om hun orde te verstoren. Maar voor de meesten van ons is iets anders ook erg lastig: méér zien dan er (op het eerste gezicht) te zien is. Pas als de kijker bereid is om meer waar te nemen dan die compositie op die tafel, is hij in staat om kunst te zien. Pas als de lezer bereid is meer te lezen dan er in een gedicht staat, kan hij poëzie lezen. Het is een uitdagende, maar tegelijk ook troostrijke gedachte. Het kan dus kennelijk wel, oog hebben voor het minder voor de hand liggende. (Niet voor niets was het Schippers die ooit als eerste De avonden een oorlogsboek noemde, omdat er zo indringend op elke bladzijde niet over de oorlog werd gesproken. Maar dit terzijde.)

K. Schippers is vooral de dichter die een hele generatie heeft leren kijken. En zo’n gratis boekje is dan ook het vehikel bij uitstek om deze kijklessen onder een nieuw publiek te verspreiden.

 

Niet gratis, maar ook sterk verbonden met de Week van de Poëzie, is Ritmisch zonder string van Antoine de Kom. De dichter ontving in die week hiervoor namelijk de VSB-poëzieprijs. Die prijs bestaat uit een glaskunstwerk van Maria Roosen (o ja, en €25.000,00, maar laten we het nu niet meer over geld hebben).

Bij het eerste, wat vluchtige doorbladeren sprong deze regel ineens van de bladzijde:

 

poëzie is napraten over wat nog te gebeuren staat.

 

Een regel waarin ik Nijhoff (‘al wat ik van mijn leven / nog ooit te schrijven droom’) terug lees. Maar ook het bekende ‘Credo’ van Remco Campert echoot erin mee:

 

ik geloof in een rivier

die stroomt van zee naar de bergen

ik vraag van poëzie niet meer

dan die rivier in kaart te brengen

 

Het zijn allemaal regels die de poëzie het wonderlijke vermogen toedichten om het onmogelijke, het onzichtbare en het (nog) niet bestaande onder woorden te brengen. Gedichten die, net als Schippers’ geniale ‘Olifant achter blok’ (onder een foto van een houten blok), de aandachtige lezer op een spoor zetten waarvan geen terugkeer mogelijk is. Precies zoals dat houten blok nooit meer alleen maar een houten blok kan worden, omdat het onzichtbare (de olifant) daar onherroepelijk zichtbaar is geworden.

 

Over de prijswinnende bundel Ritmisch zonder string is natuurlijk nog veel meer te zeggen dan die ene bijzondere regel. Het is een mooie, complexe en veelvormige bundel, waar ik graag nog een keer op terugkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.Jan-deJong.nl  |