Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 
 

 


● Saint Amour 2006

 

 

● Saint Amour 2013

 

 

 

 


Twee keer Claus  |

 

17 februari 2006 – Er staan acht dichters op het podium. De echte liefhebbers herkennen Anna Enquist en Tom Lanoye. En ook de zingende meisjes van Laïs. Er klinkt applaus. Maar niet voor Anna en Tom en de zingende meisjes, hoe goed die zich ook van hun muzische taak gekweten hebben. Ook geldt de ovatie niet Gerrit Komrij, niet Bart Moeyaert, niet Erwin Mortier, niet Frans Thomése. Zij hebben allemaal uitstekend gepresteerd, maar mogen hier slechts delen in het klaterend geklap van de volle schouwburgzaal.

Nee, waar al die mensen zich de blaren voor in de handen slaan, de stem schor schreeuwen en een enkeling een schril gefluit voor laat horen, zijn die twee oudere heren in het midden. Remco Campert en Hugo Claus, 76 jaar de man. Er zijn bloemen en buigingen. Lachende gezichten, zwaaiende armen, boeketten die met een fraaie boog in het publiek verdwijnen. Er was: poëzie. Er is: lyriek.

Maar omdat de Wet van de Voortschrijdende Tijd dat nou eenmaal wil, komt ook aan deze hulde een eind. Nog eenmaal buigen de schrijvers en de zangeressen van Laïs. Nog eenmaal laat het volk in de zaal het applaus aanzwellen. Dan verlaten de sterren van de avond het podium, de helft naar links, de helft naar rechts. De gedachten reeds bij een koude trappist of een mooie fles wijn in de artiestenfoyer.

Maar ruimschoots voordat de laatste dichter het toneel verlaten heeft, verstomt de zaal. Het is ineens doodstil. Want waarom staat die ene man daar nou nog?

Op het podium vraagt Hugo Claus zich af waar hij is en wat er van hem verwacht wordt. Misschien probeert hij zich zijn eigen naam te herinneren, iets met een G, toch? De andere kunstenaars lopen door, alleen Remco Campert aarzelt, gealarmeerd door de plotselinge stilte. Hoe kan dat? Wat is dat? Dan draait hij zich om en ziet zijn hulpeloze vriend, loopt terug, mompelt iets en biedt hem een arm aan. Waarna deze beide oude heren langzaam en begeleid door een doodse stilte het toneel verlaten. Ik, toeschouwer, bezie het door een vlies van tranen.

 

23 februari 2013 – Weer dat podium en weer dichters, maar wel andere. Marcel Möring staat daar. En Anne Vegter. Leonard Nolens, Maartje Wortel, Yannick Dangre en Daan Heerma van Vos. Alleen Erwin Mortier kwam op herhaling. Zij hebben voorgelezen in dezelfde zaal. Op een avond over de liefde en voor Hugo Claus, die tussen beide voorstellingen uit het leven vertrokken is. Vanwege avonden zoals toen. Dat wilde hij niet meer. En inmiddels is hij vijf jaar dood. Hij stierf op 19 maart 2008, de verjaardag van mijn vader.

Nu, in 2013, was het een aangename avond. Keurig en geen onvertogen woord (goed, eentje had het over ‘lul’ en ‘neuken’, maar dat telt niet, dat was een dichter). De avond ging voorbij, maar ademde niet. Scherper dan op deze dag zal het bewijs dat er géén leven is na de dood, nooit meer gedemonstreerd worden.