Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 
 

 

 


De tragiek van een onbeschreven leven [3]  |

 

Van de zomer moesten we het doen met Ons leven met Reve van Willem van Albada en Henk van Manen. Ik herinner me hoe ik in Middelburg te nauwer nood ben ontsnapt aan een presentatie van het duo in de roemruchte boekhandel De Drvkkery. Dat boek wordt door de beide auteurs omschreven als ‘persoonlijk’, wat ik graag voor u vertaal met ‘slecht’. Dat derde deel van die biografie van Nop Maas komt er voorlopig toch niet, moet het tweetal gedacht hebben. Daarom zelf maar gauw wat rotzooi op de markt gedumpt. En omdat natuurlijk geen hond geïnteresseerd is in de voze hersenspinsels van Manen en Albada, hebben zij er op toegezien dat hun knuffelnaampjes Woelrat en Teigetje op het omslag pronkten. Geldzucht met heel misschien een snufje ijdeltuiterij. Maar toch vooral geldzucht. Dat was hun motivatie.

 

Maar nu is het echte boek dan uit. Op de eerste dag dat het in de winkels lag, liep ik er per ongeluk tegenaan in een boekhandel in Leiden. Ik moest mij op die vrijdag (19 oktober) om half zes ergens in de binnenstad melden voor het avondmaal in een biologisch hamburgerrestaurant en had nog een halfuurtje te doden, dus wat doet een mens dan.

‘Hee’, zei ik tegen mijn aanstaande disgenoot, ‘het derde deel van de Reve-biografie. Ik wist niet dat die al uit was.’

Gelukkig was ik niet de enige onwetende. Want even later sprak ook het meisje bij de kassa haar verwondering uit. Zij werd vlug even bijgepraat door een collega proximus: het boek was in de loop van de dag geheel onverwacht door de uitgever in de handel gebracht, gegooid, gesmeten. De uitgave was door Wouter van Oorschot en Nop Maas tot op het laatste moment geheimgehouden, om Joop Schafthuizen, eermalig geliefde en tegenwoordig vermeend eigenaar van allerlei citaten van Gerard Reve, het nakijken te geven. Terecht, naar later bleek, want Schafthuizen probeerde diezelfde dag nog middels een kortgeding de boeken weer uit de winkels te laten halen. Terwijl ik deze woorden tik (het is nu 23 oktober), beraadt de rechter zich op zijn uitspraak die over enkele uren verwacht wordt.

Nu ben ik, zoals genoegzaam bekend, geen reviaan. Of liever: ik ben een andere reviaan, een bewonderaar van Karel van het Reve, die ik niet alleen een betere stilist vind, maar bovendien iemand die ook inhoudelijk nog wel het een en ander te vertellen heeft. Desalniettemin zijn er velen die juist Gerard zien als de begenadigde in stof en stijl. Quod non. Maar ondanks mijn afwijkend revianisme, begreep ik ten volle de urgentie om deel 3 van Maas’ biografie zonder aarzeling aan te schaffen. Je weet het de laatste tijd immers maar nooit met rechters. Misschien ben ik over twee uur wel de gelukkige bezitter van een verboden boek. Dat zou mooi zijn. Bovendien is dan de urgentie om u in Leydraden kond te doen van de inhoud ervan, des te groter.

 

Het derde deel van deze Kroniek van een schuldig leven heeft als ondertitel De late jaren (1975-2006) meegekregen. Daarmee bieden de drie subtitels al een aardig beeld van waar het om gaat. Het eerste deel heette immers De vroege jaren (1923-1962) en het tweede De ‘rampjaren’ (1962-1975). Bij ieder ander verwacht je tussen ’t vroeg en ’t laat de productieve jaren. Niet bij Gerard Reve. ’s Mans productiviteit en literair belang zijn samengebald in slechts drie titels: De avonden (1947), Werther Nieland (1949) en De ondergang van de familie Boslowits (1950). Meer niet.

Ik had dan ook niet veel hoop dat ik in dat derde deel nog veel zou tegenkomen dat van literair-historisch belang zou blijken. We hebben het immers over de tijd van de boeken vol brieven, brieven, brieven. Wimie, Josine M, Bernard S, Simon C, een Zeergeleerde Vrouwe, Wim B, Frans P, geschoolde arbeiders, Ludo P, zijn lijfarts, Matroos Vosch, Tom Hoffman, Willem Nijholt, Bram P, Geert van Oorschot, Bert en Netty de Groot, Willem Frederik Hermans, de lijst van aangeschreven landgenoten is schier eindeloos. Je mocht toentertijd van geluk spreken als je tot de minderheid behoorde die geen brief van Gerard Reve had gekregen.

 

Een dan weer wel zeer te waarderen trek van Reve is zijn karaktervastheid. En dat bedoel ik in de toneelmatige betekenis van het woord. In heel de biografie (deel 1 tot en met 3) zien we hoe hij steeds meer in zijn camprol groeit. Het is een rol die in interviews en publieke optredens veel meer en veel aardiger aan de dag treedt dan in zijn literaire werk.

 

Van mijn vroegste jeugd af ben ik doordrongen geweest van een diep Godsbesef, en van het omringd zijn door een soms tot verrukking voerend, maar meestal als overweldigend en dreigend ervaren Mysterie. Vandaar dat ik het meeste houd van godsdienstige en mystieke poëzie, mits zij echt en goed is, want ik ben een godsdienstig auteur, of U en ik er zin in hebben of niet: er is niets meer aan te doen. (Maas, blz. 509)

 

Aldus beschreef Reve zijn poëzie toen die in 1986 gebundeld verscheen. Eén en al pose. Het is dezelfde pose die Dries van Agt zich trachtte aan te meten, maar die door Reve tot in de donkerste hoeken van het publieke leven geperfectioneerd was. Aardig is in dit verband de wijze waarop K.L. Poll Reve van repliek diende, toen die zich voordeed als een Friese huisvrouw die zich erover beklaagde dat de Verzamelde gedichten almaar niet in de NRC besproken werden. Maas citeert de brief:

 

Ik ben maar een gewone huisvrouw, maar toch lees ik vrij veel, eigenlijk van alles, maar vooral litteratuur, verhalen en gedichten.

Hebt U de gedichten van Gerard Reve gelezen? Die zijn verschenen, en nu vond ik het vreemd, dat er nog geen artikel over in de krant stond, terwijl ik toch telkens alles lees. Het boek heet gewoon Verzamelde gedichten. Ik lees ze aldoor opnieuw, maar je hoort er weinig over, terwijl het je toch wat doet, vooral als vrouw.

Heeft het er misschien toch ingestaan, dat ik het toevallig niet zag? (Maas, blz. 510)

 

Reve had zijn brief ondertekend met Annelotte Graafsveer uit het Friese Tietjerk. Het antwoord van de krant was zogenaamd geschreven door Annie van der Zee (‘oud-Friezin’), die uitlegde ‘een simpele uitzendkracht voor ingezonden brieven’ te zijn. Ze schreef dat ze zelf ook een groot bewonderaar van Reves poëzie was, maar dat de redactie vond dat de verzen bij eerdere gelegenheden al afdoende besproken waren.

Kijk, van zulk toneel houd ik wel. Tegenwoordig zie je zo’n zelfverzonnen leven ook wel terug bij Arnon Grunberg, al vermoed ik dat er bij Reve toch op een of andere manier iets authentieks bij zat. Broer Karel kon er op dat punt tenslotte ook wat van. Wat een nette communistische opvoeding al niet kan betekenen voor de ontwortelde volwassene.

Het is trouwens ook Karel die in dit derde deel het theaterstuk dat (Van het) Reve heet, nog eens extra onder de aandacht brengt, niet in de tekst maar bij de foto’s. Karel staat op twee van de 42 foto’s die Maas in het boek heeft opgenomen (Gerard staat er op 33 plus één als Sinterklaas, maar allez, het is natuurlijk ook zijn biografie). Op beide foto’s komt Karel zijn broer feliciteren. Eén keer met de P.C. Hooftprijs en de andere keer met de presentatie van het Albvm Gerard Reve. Wat op die twee foto’s opvalt is de blik van verstandhouding tussen de twee broers. Ze glunderen naar elkaar. En ze hebben ‘iets van’: de mensheid wil belazerd worden, en wie zijn wij om haar daarin teleur te stellen. Fraaier is een samenzweerderige broederschap zelden verbeeld.

 

Het einde is dan toch wel weer ontroerend. De langzame onderdompeling in de dementie – die betekenenderwijze het lot van beide broers is geweest – deed mij trouwens bij Karel meer verdriet. De veel scherper geest van ‘mijn hooggeleerde broer’ maakte het contrast met de aftakeling in ieder geval markanter dan bij de zwaar drinkende zelfbenoemde volksschrijver. Maar toch, het blijft tobben.

Nop Maas heeft de laatste jaren trouwens zelf meegemaakt – zoals hij niet nalaat te benadrukken. Daardoor heeft hij natuurlijk erg veel informatie uit de eerste hand, niet iets waar veel biografen op kunnen bogen. Niettemin heeft de weduwe (‘Pas op voor de weduwe in de literatuur!’ waarschuwde Jan Wolkers al), Joop Schafthuizen, kans gezien om niet alleen bezwaar aan te tekenen tegen citaten uit niet gepubliceerde brieven, persoonlijke rekeningen enzovoort, maar ook tegen een aantal onloochenbare feiten. Vorig jaar al zijn Maas en Van Oorschot Schafthuizen hierin tegemoetgekomen. Dat heeft geleid tot treurige passages als

 

De prijs van *** euro zou op 21 november [2001, dJ] door de Belgische koning Albert worden uitgereikt in Brussel. Reve mocht 350 mensen uitnodigen, maar Schafthuizen was van plan dat tot een man of veertig te beperken. Een van die veertig uitverkorenen was het dertienjarig jongetje A. dat Schafthuizen hielp met tuinwerk. ***

 

Uiteraard staan de *** voor de censuur van de weduwe, waaraan zelfs het bedrag (€40.000,00) van de Prijs der Nederlandse Letteren is geslachtofferd. Het boek staat vol met van die ***. Het maakt het er gelukkig niet onleesbaarder op en het biedt van de andere kant wel een aardig inkijkje in de praktijk van de Nederlandse rechtstaat, waar literaire weduwen uit geldzucht of uit vrees voor al te expliciete seksueel getinte passages (ja ja, ook dáárop beroep Schafthuizen zich!), de publieke zaak tot in lengte van jaren kunnen schofferen. Mieke Vestdijk revisited.

 

Het is inmiddels half zes. De uitspraak van de rechter is bekend en het boek hoeft niet uit de handel. Joop Schafthuizen geeft in een verklaring aan dat hij zal blijven procederen. Boekhandelaren in heel Nederland geven te kennen dat het kort geding een rush op de voorraad heeft veroorzaakt. Afgelopen dagen vlóóg het boek de winkels uit. Ook dat is de verdienste van de weduwe.

Maar goed, u kunt het boek nu dus gewoon kopen. Sterker, u heeft dat inmiddels denkelijk al lang gedaan. Da’s mooi. Het bespaart u meteen de moeite van dit stuk te moeten lezen.

 

 

Nop Maas: Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. 3: De late jaren 1975-2006

G.A. van Oorschot, Amsterdam (2012). 781 blz.