Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

O en voorgoed voorbij  |

1 juni 2013

 

 

Als een slecht geheugen bij de ouderdom hoort, ben ik al vanaf mijn twaalfde bejaard. In het begin was die vergeetachtigheid nog wel functioneel. Zoals in ‘huiswerk vergeten’. Maar als de jaren vorderen, krijgt zo’n gemankeerd geheugen toch wel iets sneus. ‘Moesten jullie vroeger op school ook allemaal gedichten van buiten leren?’ vroeg mijn lief onlangs. En ik had werkelijk geen idee. Natuurlijk, zoals elk beschaafd mens kan ik wel wat verzen van Bloem, Nijhoff of Marsman opzeggen. Maar of dat van school moest? Ik weet niet eens meer hoe die school er uitzag. Ik sta in de familie niet voor niets bekend als de Man Zonder Verleden.

Het nieuws over dat Dongense Broederpad werd bij ons thuis dan ook goed ontvangen. ‘Pak de fietsen,’ sommeerde ik mijn lief. ‘Ik moet je wat laten zien.’ Zij keek mij een tikje wantrouwend aan. ‘Mijn jeugd,’ lichtte ik met een weids gebaar toe.

Maar dat viel dus tegen.

‘Kijk, hier heb ik op school gezeten,’ stond ik een halfuurtje later een stel doorzonwoningen aan te wijzen. ‘En daar (mijn wijsvinger priemde nu in de ijle lucht boven de daken) was de geschiedenisklas van broeder Clarentius.’ Nou stond er gelukkig wel een bordje bij. Met een foto waarop het handenarbeidlokaal en de gymzaal ontbraken. Foto’s van na 1960 waren kennelijk niet voorhanden.

Ook andere historische plekken moesten het doen met een geschreven herinnering. Het deed me een beetje denken aan die bordjes in musea voor moderne kunst. ‘Op deze plaats draaide broeder Reparatus in 1959 een schroefje in een houten brandweerauto.’ Leuk om te weten, maar niks van te zien.

Nee, als er iets opmerkelijk is aan dat Broederpad, dan is het wel dat er niets meer is. ‘Ze hadden het beter Broederwég kunnen noemen,’ opperde mijn lief. Ik knikte bedroefd. En besloot haar op een kop koffie te trakteren. Met appeltaart. Want de bestelde ‘Dongense broeder’, nee, die hadden ze niet. ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’ fluisterde de dichter Bloem mij in het oor.