Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

De Rode Ridder  |

20 april 2013

 

 

Toen ik acht was, las ik voor het eerst een avontuur van De Rode Ridder en ik was meteen verkocht. Dat was nog eens een held! Voor de jonge lezertjes: Johan, De Rode Ridder, is een stripfiguur uit de stal van Suske en Wiske-tekenaar Willy Vandersteen. De verhalen spelen in de Middeleeuwen in Vlaanderen, dat toen een machtig en rijk graafschap was. En omdat er, zoals iedereen weet, in rijke graafschappen veel te halen valt, moest er voortdurend geknokt worden om have en goed tegen hebberige onverlaten te beschermen. Mijn eerste album heette Storm over Damme. Daarin neemt Johan het op tegen zeerovers, strandschuimers en Fransen. Volk dus waar je tot op de dag van vandaag voor moet uitkijken. Maar aan het eind van het album konden de steden Damme, Brugge en Gent weer opgelucht ademhalen. Totdat er in het volgende verhaal toch weer stront aan de knikker bleek. Zo haalt een serie met gemak 238 afleveringen. Het meest recente verhaal heet Het Godsgericht en is pas vorige maand verschenen. Maar omdat ik al lang geen acht meer ben, ben ik zo rond album 40 (De laatste droom) definitief afgehaakt.

Ik kwam op een leeftijd dat ik het verbeteren van de wereld niet langer aan een adellijke stripfiguur wilde overlaten. Er moest ‘aktie’ gevoerd worden! En dat deed je bijvoorbeeld door ‘aktie’ met een ‘k’ te schrijven. Dat zou ze leren, die vuige kapitalisten! Kort samengevat zongen wij destijds op 1 mei de Internationale en riepen op de andere dagen van het jaar heel hard ‘Boe!’ Dat lijkt niet veel, maar wij waren er eigenlijk al best tevreden mee.

Totdat er een heuse roerganger in ons leven kwam. Die ons de weg wees naar een Rode Dageraad. Er moest niet alleen geroepen worden, maar ook gewerkt, leerde hij ons. Nou wisten wij van werken eerlijk gezegd niet zoveel, maar het bleek vooral te bestaan uit meedoen met de verkiezingen. ‘Ja, en dan het systeem van binnenuit uithollen!’ juichten wij. Maar ook dat hadden wij niet helemaal begrepen.

‘Nee, en dan middels democratische besluitvorming uiting geven aan het ideaal van de progressieve gedachte,’ sprak de roerganger. Hij klonk als het orakel van Delphi: redelijk maar onbegrijpelijk. En met een ernstig Zeeuws accent. Goed, wij dus de gemeenteraad in. Proletariërs in een aristocratisch bolwerk. Het belangrijkste doel was nu korte metten maken met heilige huisjes en oude adel. Wij waren de nieuwe adel!

Dat is intussen zo’n veertig jaar geleden en er is in die tijd veel gebeurd. Wij kregen andere hobby’s en liefhebberijen. Alleen de roerganger ging door. Van de week kregen de nieuwe verhoudingen definitief hun beslag: eergisteren werd in Goirle onze kleindochter Wies geboren en gisteren werd Lau Lavooij in Gilze tot ridder geslagen. Omdat het Hare Majesteit had behaagd. Adellijker kan niet. Ik kan niet wachten op album 239: De terugkeer van De Rode Ridder.