Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Stilteoverlast  |

9 februari 2013

 

 

Het is maandagmiddag twee uur. Nee, iets later. Een waterig winterzonnetje loert door het raam de kamer in, wat binnenshuis zowaar al een beetje een voorjaarsstemming veroorzaakt. Flauwekul natuurlijk. Maar de poes tuint er met vier poten tegelijk in en wentelt zich wellustig spinnend in het prille zonlicht. Buiten zingt een veel te vroege merel. Zijn gefluit wordt niet beantwoord. Nee, ze zijn daar gek, die soortgenoten. De temperatuur heeft zich zojuist  met een uiterste krachtsinspanning net boven het streepje van de nul graden uit geworsteld. Dat fluiten komt later wel, denken die andere merels.

Binnen is het stil. Doodstil. Het geluid van de poes en die ene merel benadrukken de stilte eerder dan dat ze hem verstoren.

Ik sla de bladzijde van mijn boek heel langzaam om. Zonder geluid. Zal ik de radio aanzetten? Een cd? Iets moois van Schubert, maar dan wel zachtjes. Het strijkkwintet in C. Of toch maar niet? De stilte is van zichzelf toch al mooi genoeg? Die heeft die muziek helemaal niet nodig.

Op straat fietst een moeder voorbij met twee kinderen op haar fiets, een piepklein jongetje voorop en een iets groter meisje achter. Het meisje kletst honderduit. Ze zegt blijkbaar iets grappigs, want de moeder lacht. En daarom lacht het jongetje van harte mee. Al heeft hij waarschijnlijk geen flauw idee waarom. Als ze mijn huis voorbij fietsen, hoor ik even zijn hoge lachje. Kirren is het meer. Dan sterft het geluid langzaam weg. En is het weer stil. Op die kat na. En die merel natuurlijk. Die kwettert maar door. Straks bevriezen zijn stembanden nog.

Op dat moment besef ik dat ik gelukkig ben. Intens gelukkig. Want waar vind je tegenwoordig in Nederland nog die rust, die stilte en die harmonie? Ach, je leest wel eens iets over de veenkoloniŽn. Of over Schiermonnikoog. Schijnt ook allemaal heel stil te zijn. Maar zo intens als hier, op deze maandagmiddag in februari? Om kwart over twee? Nee, dat heb je verder nergens.

In de achtertuin waaien wat dode blaadjes op. Er is geen wind en geen geluid. Alleen een handvol dorre bladeren die zwijgzaam het luchtruim kiezen, even speciaal voor mij een kunstige pirouette draaien en dan verder reizen naar de tuin van de buren. Waar ze hun voorstelling herhalen. Jammer dat er niemand thuis is. Daarna stijgen ze definitief ten hemel, aangezogen door de machtig rondmaaiende wieken van de enorme Chinookhelikopter die al een kwartierlang doodstil boven mijn huis hangt. Het geluid van rotors is te laag om door mensen gehoord te worden, zeggen de geleerden. Daarom is er ook geen sprake van overlast. En is het dus stil. Doodstil.