Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Een scheve schaats  |

26 januari 2013

 

 

Vroeger gingen de mensen minder vaak naar het toneel dan tegenwoordig. Belangrijkste reden: er wás gewoon nog niet zo veel toneel. In een middelgrote stad kwam met een beetje geluk eens per jaar een reizend theatergezelschap langs. Dat gebeurde bij voorkeur tijdens de kermis, want dan zat de sfeer van geld uitgeven er al lekker in. Zo’n gezelschap bracht zijn eigen schouwburg mee, een grote tent die op het marktplein tussen de andere attracties werd opgebouwd.

Een paar uur voor de voorstelling wandelden de acteurs al in vol ornaat door de straten van de stad, om het volk nieuwsgierig te maken. En met succes, want ’s avonds was de tent letterlijk tot de nok gevuld.

Maar dan begonnen de problemen pas. Dat publiek was helemaal geen theater gewend en reageerde luidkeels op alles wat er op het toneel gebeurde. De spelers trokken zich daar niets van aan; de mensen hadden betaald dus wat maakte het uit of ze er iets van verstonden of niet. Sommige onervaren toeschouwers lieten zich echter zo meeslepen door het spel, dat zij na de voorstelling bij de artiestenuitgang de schurk uit het stuk opwachtten om hem eens op een flink pak slaag te trakteren.

Zo erg was het van de week niet toen mijn lief en ik de (overigens erg goede!) voorstelling Sartre zegt sorry van Laura van Dolron en Steve Aernouts bezochten. Maar de dame pal achter ons, die zo opvallend luidkeels lachte, ook op de niet-grappige momenten, had zichzelf onmiskenbaar een dolle avond beloofd. En ik geef toe: toen zij na een halfuurtje lachen, gieren, brullen ook nog eens de discussie met de acteurs aanging, dacht ik echt even dat het er misschien wel bij hoorde. Maar dat was niet zo, zoals een geïrriteerde Laura van Dolron ons, het argeloze publiek, snel duidelijk maakte. Die mevrouw was gewoon gek.

Op weg naar huis hebben we er nog lang over doorgepraat. Wat moet je met zo iemand? Gruwelijke folteringen schoten mij door het hoofd. En ook een levenslang theaterverbond zou te regelen moeten zijn, nietwaar?

Eén van de nadelen van een rechtstaat is dat na makkelijke oplossingen altijd de vraag komt: maar mag dat wel? Het antwoord stond de volgende dag al in de krant. De horeca in de Oosterhoutse binnenstad is al die scheve-schaatsenrijders namelijk ook meer dan zat. Als iemand zich misdraagt, wordt hij niet alleen per kerende post de straat op geknikkerd, maar hij komt er ook niet meer in. Niet op de plaatsdelict en ook niet in al die andere kroegen, barretjes, eetcafés en cafetaria’s. Onder het motto ‘overlast schaadt’ is niet langer het publiek de dupe, maar de dader.

Mijn vraag: kan er ook snel zo’n systeem voor de theaterbranche komen? Want ik hoef die mevrouw van afgelopen woensdag echt nergens meer tegen te komen.