Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Donkere dagen  |

22 december 2012

 

Dat van die Mayakalender, daar geloofde ik al niet in. Maar als je dan in de laatste week voor de ondergang ziek in bed ligt, dan bekruipt je toch een licht onrechtvaardigheidsgevoel. Natuurlijk is het allemaal flauwekul, maar je wilt onwillekeurig wel graag een beetje kunnen genieten van je laatste levensdagen.

Helaas.

Ik lag in bed, had koorts, en sliep veel. En op wakkere momenten zocht ik wat vertroosting bij de televisie. Dat klinkt nogal sneu, en dat was het ook. Want de televisie had niet veel opbeurends te bieden. Wat zegt u? De Gouden Loeki? Nee, bedankt.

Er was eigenlijk maar één lichtpuntje. De BBC zond afgelopen dinsdag en woensdag de 2-delige serie Jet! When Britain ruled the skies uit. Over de Engelse vliegtuigindustrie in de jaren ’40, ’50 en ’60. Ik heb onder andere geleerd dat er in die tijd zeker een stuk of zes fabrieken waren, die allemaal hun eigen straaljagers aan de RAF leverden. Wat uiteindelijk toch wel een beetje te duur uitviel.

Schokkend waren de beelden van een vliegtuig dat voor het eerst tijdens een vliegshow zou laten zien hoe je door de geluidsbarrière knalde. Het lukte nét. Daarna brak het toestel, dwarrelden de stukken overal naar beneden en waren de beide piloten dood. Alleen de twee straalmotoren raasden, zonder de last van een compleet vliegtuig, geheel eigenmachtig door. En boorden zich in volle vaart in een heuvel waar op dat moment duizenden mensen stonden te kijken. Resultaat: 28 dode toeschouwers en tientallen zwaargewonden. Als aardig teken des tijds werd erbij gezegd dat niemand een claim indiende, niet tegen de fabriek, niet tegen de luchtmacht, niet tegen de organisatoren. Integendeel, de volgende dag ging de show gewoon door en kwamen er opnieuw 200.000 mensen opdagen.

Ik woonde zelf destijds zo ongeveer naast vliegbasis Gilze-Rijen, waar mijn vader werkte. Ik kwam er dan ook vaak als kind. In de mess als er een feestje was. Bij de brandvijvers, waar wij zwemles kregen. Op zondag kerkten we er zelfs een tijdje. Ik ben dus opgegroeid met vliegend oorlogstuig. Mijn grote trots was een mooie glimmende foto van een Starfighter op mijn jongenskamer. Ach, ik was toen tien of zo.

En nu, ouder en wijzer zou je denken, speelt dat sentiment nog altijd op. Van de week ging het weer eens over de geluidszones van de basis. Natuurlijk zijn die veel te ruim! Inperken die handel!

Maar een piepklein stemmetje fluisterde: ‘Maar dan komen er nooit meer straaljagers op Gilze-Rijen.’ Dan horen we ook nooit meer die doffe dreun als er eentje door de geluidsbarrière gaat. En nooit meer de stem van mijn vader: ‘Hoorde je dat, Jan? Daar liep er weer één met zijn harses tegen de muur!’