Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Blauwe zone  |

15 december 2012

 

 

Brood kopen wij bij de bakker, vlees bij de slager, groenten bij de groenteboer. Natuurlijk, ook Ons Dorp is ruim bedeeld met supermarkten. En die worden alleen maar superder. Zo om de twee jaar komt er een nieuwe attractie bij. Het lijkt de Efteling wel. Een direct-klaar-broodbakmachine, een barbecuestraat, een apparaat waar je je eigen flesjes sap kunt persen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Het wachten is op een rondscharrelend varken waar je zelf je plakjes ham uit mag snijden. Vers van het mes.

Maar toch blijven ze trekken, de warme bakker, de ambachtelijke slager en de zelfkwekende groenteboer. Het mag dan allemaal niet zo flitsend hightech zijn, ze verkopen wel goed spul. En daar gaat het tenslotte om. Eigenlijk hebben die kleine zelfstandigen maar één belangrijke nevenactiviteit: ze houden het volk op de hoogte van de laatste dorpsroddels. Ze zijn een sociaal smeermiddel.

Maar nu heeft de warme bakker er ineens een nieuwe attractie bij. Een blauwe zone. U kent het fenomeen: hele stadscentra zijn ermee vol gekalkt. Van die blauwe gebieden waar je alleen met een parkeerschijf mag parkeren. In Rijen is bijvoorbeeld heel de omgeving van het gemeentehuis blauw. Maximale parkeertijd twee uur. Precies lang genoeg om je rijbewijs te verlengen, denk ik.

Gilze heeft geen gemeentehuis en dus was er ook geen blauwe zone. Nergens voor nodig. Maar toen ik van de week een krentenmik wilde gaan kopen voor bij het kerstontbijt, keek ik toch vreemd op. Onze bakkerswinkel, moet u weten, bevindt zich in een kilometerlange straat met woonhuizen en een paar neringdoenden. Aan weerszijden is er van gemeentewege ruimhartig voorzien in een lange rij parkeerplaatsen. Ook bij de bakker voor de deur. En juist dat plaatsje was nog vrij! Een buitenkansje voor iemand die elke meter lopen er één te veel vindt.

Pas toen ik uitstapte, zag ik het bord: blauwe P, tekeningetje dat een parkeerschijf moest voorstellen, én de mededeling dat hier een maximale parkeertijd van twee uur gold. Een tikje in verwarring keek ik naar de grond. Daar lag de blauwe lijn die de parkeerzone aangaf. En die lijn was precies om mijn auto heen getrokken! Een blauwe zone voor één auto! Mijn hart bonkte van trots en ik maakte een vreugdesprongetje. De blauwe zone van Gilze! En ik stond erin! Nu was de vooruitgang niet meer te stuiten!

Met de omzichtigheid die bij zo’n plechtig moment hoort, legde ik mijn parkeerschijf op de daartoe aangewezen plek en ging naar binnen voor mijn krentenmik. Precies vier minuten later zat ik weer in de auto. Ik was gelukkig. Ik zong mee met de autoradio. In de oprechte overtuiging dat ik deelgenoot was geweest van iets onmetelijk groots.