Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Stressmomentje  |

1 december 2012

 

 

We schrijven 1980. In het Rijense café waar wij plegen te drinken, ontbrandt een fikse knokpartij. Een boze mijnheer probeert met een keu een deuk in het hoofd van een andere boze mijnheer te meppen. Wat verderop slaat een derde boze mijnheer een stoel aan diggelen zonder dat iemand weet waarom. Blijkbaar heeft die stoel iets heel erg verkeerds gedaan. Achter de toog belt de uitbater met de politie. Op het bureau begrijpen ze de ernst van de situatie en ze beloven meteen te komen. Ondertussen drinken wij ons biertje op, want het is zonde om te laten staan. Daarna wandelen we naar buiten.

Terwijl wij vanaf de overkant van de straat (‘uit de wind’, zoals dat heet) de zaak eens rustig in ogenschouw nemen, komt er een politiebusje langzaam de hoek om rijden.

‘Da’s binnen vijf minuten,’ knikken wij tevreden. Ons vertrouwen in de Hermandad wordt weer eens krachtig bevestigd.

Het busje rijdt langzaam langs en de agenten proberen vanachter hun raampjes de kroeg in te loeren. Daarbinnen gaat het er nog steeds stevig aan toe, getuige een biljartbal die juist door het vensterglas het pand verlaat. De bal belandt voor onze voeten, dus wij schuiven nog maar eens een metertje of tien op. Daar kunnen we het immers ook allemaal goed zien.

Maar dan gebeurt het: er gebeurt niets. Waar wij vier dappere kerels verwachten die met getrokken knuppel het bedreigde etablissement bestormen, blijven de deuren van het busje dicht. De chauffeur geeft gas en weg is de politie. Zeker wat vergeten, denken wij nog. Maar als een minuut of tien later de hele voorstelling zich herhaalt, slaat bij ons de twijfel toe. Die agenten zullen toch niet… bang zijn?

Als, weer een kwartier later, het busje voor een derde keer langskomt, weten wij het zeker. Onze lokale veldwachters durven geen rumoerig café binnen te gaan. Ontzet kijken wij elkaar aan. Ons vertrouwen in de mensheid in het algemeen en in de politie in het bijzonder zakt op een schaal van 1 tot 10 plotseling tot min 17.

Met dat vertrouwen is het nooit meer echt goed gekomen. Tot van de week. In de krant stond iets over politiemannen die op stresstest moesten. Het ging over agent Pascal. Ik hoop dat de naam gefingeerd is, want zijn vriendin was juist zo trots op hem. Pascal moest van een dak abseilen, zogenaamd om een collega in nood bij te staan. Maar hij durfde niet. ‘Watje,’ dacht ik. Maar dat had ik verkeerd gezien. Pascal is namelijk een ontzettend dappere jongen. En dat van dat abseilen gaf helemaal niks. Zei de examinator. Hij had alleen even een stressmomentje. Moet kunnen.

Net als dat busje vol stoere kerels uit 1980. Daar was niks mis mee aan. Gewoon een stressmomentje.