Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: CuBra


 

Een Engels ontbijt  |

17 november 2012

 

 

Het is wel een beetje flauw van Dongen om uitgerekend Paul Rosenmöller uit te nodigen om overgewicht tegen te gaan. Rosenmöller komt als nazaat van Pierre Jansen en Max van der Stoel wel heel dicht in de buurt van algehele gewichtloosheid. Daar is voor een Dongens vetbolletje geen eer aan te behalen. Net zo min als aan tafeltennisster Kelly van Zon en meerkampster Nadine Broersen. Leuke meiden hoor, maar toch niet echt een inspiratiebron voor wie liever een zak chips eet dan een appel. Liever een goed boek leest dan een sprintje trekt.

Ik kan me de reactie van zo’n kind dan ook voorstellen. Zit het net aan een beschaafd Engels ontbijtje  (ei, worst, spek en bonen), krijgt het die krant ineens onder zijn neus. Compleet met foto van Paul, Nadine en Kelly. Die er uitzien of ze werkelijk nooit fatsoenlijk ontbijten. Maar wel trainen, veel trainen.

Het Dongense joch propt er nog een sausage  in en denkt: ‘Tja, ik zou wel willen, maar we kunnen natuurlijk niet allemáál Olympisch kampioen worden. Dan zou de lol er voor al die hardwerkende sporters gauw vanaf zijn.’ En dan draait hij zich om naar zijn moeder en vraagt om meer witte bonen in tomatensaus.

Eén op de tien Dongense kinderen is te zwaar, zeggen ze. Nou vind ik dat eerlijk gezegd nogal meevallen. Het betekent dat 90% van de jeugd mooi op gewicht is. Houden zo, zou ik denken. En van al die gezonde jongens en meisjes ambieert minstens de helft een Olympische plak of een wereldkampioenschap. Want zo zijn kinderen. Ze gaan een leven tegemoet van afzien en grenzen verleggen. Vroeg op, ploeteren en geen alcohol. En van teleurstellingen. Want wat dat dikke jongetje met zijn Engelse ontbijt al op zijn elfde snapte, moet de rest op een veel wredere manier leren: je kunt je nog zo uitsloven, de kans dat je ooit wereldkampioen wordt is ruim nul.

Ik heb onlangs De kunst van het veldspel van de Amerikaanse schrijver Chad Harbach gelezen. Gaat over een honkballertje. Die jongen traint zich suf, rent ’s morgens vroeg al met volle bepakking twintig keer de trappen van het stadion op en af. Op een nuchtere maag! En langzaam maar zeker groeit hij naar een vorm van perfectie. Hij wordt de beste korte stop die de honkbalwereld in jaren heeft gezien. En dan gebeurt er iets. Een kleinigheidje. Eén misslag. En dan is het afgelopen de sporter.

Misschien is het wel een aardig idee om dat boek aan alle Dongense sportertjes cadeau te doen. Er staan wijze lessen in. En ze komen nog eens aan lezen toe.