Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

'Rijen Wereldstad'  |

3 november 2012

 

 

Toen ik in de tweede klas van de mulo zat, kregen we les in een oud nonnenklooster aan de Tuinstraat in Rijen. Die nonnekes hadden ooit de naastgelegen meisjesschool onder hun hoede gehad, maar al in 1963 (het Tweede Vaticaans Concilie was amper uit de startblokken gekomen) stond dat klooster leeg en was geschiedenisleraar Willem van Doorn er een kersverse mulo begonnen. Heel bescheiden met één klas. Ikzelf zette daar in 1966 mijn voorzichtige eerste schreden op het glibberige pad naar de wetenschap. Dat pad zou trouwens nog héél lang blijken, want zoveel kon ik nou ook weer niet. Ja, opstellen schrijven, dat wel.

Dus toen onze leraar Nederlands, die Ad de Jong heette maar geen familie was, ons in de tweede klas opdroeg een opstel te schrijven met als titel ‘Rijen Wereldstad’ ging ik daar eens een uurtje lekker voor zitten. Ik begon te schrijven dat ik op een zolderkamertje woonde van een wolkenkrabber die op de plek stond waar ik vroeger ooit op de mulo had gezeten. In de Tuinstraat dus. Ik citeer: ‘Ik deed mijn zolderraam open en gelijk weer dicht.’ (Mijn leraar zette hier een dikke, rooie streep door het woord “gelijk”. Dat moest “meteen” zijn. Want “gelijk” was volgens hem Brabants en Brabants deugde niet.) ‘Beneden in de diepte kroop het verkeer langzaam door de Tuinstraat. Het lawaai en de stank drongen mijn zolderkamer binnen, ook al had ik het raam maar een paar tellen open gehad.’

En zo mijmerde ik nog een bladzijde of twee, drie door. De leraar vond het wel een goed opstel geloof ik. Behalve dat Brabantse “gelijk” mankeerde er niet zo veel aan. Toen hij het de volgende les teruggaf, informeerde hij wat ik later wilde worden. ‘Journalist,’ sprak ik ferm. Waarop hij mij het wijze advies gaf om daar maar niet aan te beginnen. ‘Journalisten moeten zich aan de feiten houden,’ legde hij uit. ‘En jij ben veel sterker als je je fantasie kunt gebruiken.’ Ook die goede raad heb ik in mijn oren geknoopt. En daarom schrijf ik nu stukjes en geen artikelen.

Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat fantasie niet ooit bewaarheid kan worden. In het regeerakkoord van VVD en PvdA staat immers dat er in de toekomst alleen nog maar plaats is voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Deze krant schreef daar van de week al over dat Oosterhout dik tevreden is met zijn bevolking van 55.000. Nou heeft Oosterhout natuurlijk een zekere reputatie hoog te houden als het gaat om laksheid tegenover regeringsplannen. Denk aan het station. Maar nu gaan ze toch wel heel erg de fout in. Want in Rijen weten ze wel beter. Ik heb ze daar van de week mijn opstel uit 1968 aangeboden en dat maakt nu officieel deel uit van de meerjarenvisie.

Ik vrees daarom dat ik straks vanuit mijn zolderraam in de Tuinstraat misschien wel de Euromast kan zien, maar dat er dan geen grammetje Oosterhout meer te bespeuren valt. Want daar moesten ze weer eens ‘eerst eten’.