Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Bleekneusjes en roodhoofden  |

20 oktober 2012

 

 

Dat Oosterhout een echte stad is (en Geertruidenberg bijvoorbeeld niet) kun je alleen al zien aan het Cruyff Court aan het Slotjesveld. Met een Cruyff Court binnen je stadsgrenzen kun je je pas echt onderscheiden. Want Cruyff is Amsterdam, is Ajax, is Betondorp, is voetballende bleekneusjes tussen voortrazend verkeer. Precies, net als Oosterhout dus. Wat zeg ik? In Oosterhout is het nog veel erger, want daar zijn ze intussen al aan een tweede Cruyff Court toe. Hoeveel stad wil je hebben?

In andere plaatsen heb je geen bleekneusjes. In Gilze, Hank of Raamsdonk is een gezonde boerenblos de standaard. Stevige jongens met rooie koppen spelen er recht-toe-recht-aan-voetbal. Dat leren ze op trapveldjes.

In mijn Rijense jeugd kwam ik vaak op zo’n trapveldje. Niet om te voetballen, maar om samen met vriendjes naar zeldzame kevers te zoeken. Die hielden zich vooral op in het lange gras aan de zijkanten. Want zo waren die trapveldjes: waar het meest gevoetbald werd, groeide geen gras. Vooral voor de goals was het een feest van stuivend zand of, als het geregend had, rondspattende modder.

Gaf allemaal niks. Goed, het bevorderde de baltechniek van de boerenzonen niet zichtbaar, maar daar ging het niet om. Het spel bestond eenvoudig uit één bal met een stuk of twintig jongens eromheen. Waar de bal was, waren de jongens. Van vleugelspelers hadden ze nog nooit gehoord – wat ons (jonge onderzoekers) bijzonder goed uitkwam bij het kevers vangen. Die Rijense voetballertjes hadden allemaal een grote broer die bij RAC of EVV speelde. En daar lag ook hun ambitie. Niet verder.

Terzelfder tijd hadden hun leeftijdgenootjes in de grote stad al hun technische vermogens nodig om aanstormend snelverkeer te ontwijken. Overal waren fietsen, brommers, scooters en politieauto’s. Uitkijken was de boodschap! Wie deze dagelijkse dreiging overleefde kwam bij DWS, Blauw-Wit, of Sparta terecht. En de allerbesten bij Ajax of Feyenoord.

In Oosterhout was het einddoel TSC (‘sinds 1908!’). Dat was bepaald geen Ajax, maar het stadsverkeer was er dan ook niet zo ontwikkeld als in de Randstad. Dat is nu, in 2012, nog steeds een probleem. En dat steekt. Dus toen Johan Cruyff lang geleden begon met het idee van sportveldjes voor hoestende stadskindjes, duurde het niet zo heel erg lang voordat iemand in Oosterhout opperde dat ze daar ook zoiets nodig hadden. De argumentatie is er toentertijd wat bij ingeschoten, want zeg nou zelf, kunt u een goede reden bedenken voor dat Cruyff Court aan het Slotjesveld? Alsof je daar zonder Cruyff niet kon voetballen. Trouwens, Oosterhout barst van de veldjes, pleintjes en plantsoentjes waar de jeugd ongehinderd achter een bal aan kan hollen.

Het volgende Cruyff Court moet volgens de gemeente in De Contreie komen. Op een sportpark! Heeft toch iets weg van een zandbak aanleggen in de Sahara. Ach, het zal allemaal wel goed doordacht zijn, maar of TSC er een tweede Ajax van wordt…