Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Onverstoorbaar verstoorbaar  |

22 september 2012

 

 

Een kleine eeuw geleden, op een mooie dag in mei. Mijn grootvader, een eenvoudig man maar in het gelukkige bezit van een mooie rijzige gestalte, liep langs de haven in Oudenbosch naar huis. Of liep, hij kuierde. Dat deden de mensen toen nog. Juist toen hij de Kaai schuin wilde oversteken, deelde een ondeugend briesje een vervelende plaagstoot uit en blies grootvaders mooie strooien hoed van zijn hoofd. Het ding dwarrelde eerst een metertje of twintig over de keien, bleef toen even liggen, om daarna een zachte landing te maken op het water van de haven.

En mijn grootvader? Die keek niet op of om en kuierde onverstoorbaar verder. Niet omdat hij blij was dat hij van dat rotding verlost was. Integendeel, die hoed kwam van Pelger in Den Haag en was zijn grote trots. Had hij het dan niet in de gaten? Ook dat was niet het geval, want toen een kennis hem toeriep: “Hee De Jong, je hoed waait af!”, hield hij een ogenblik in en sprak: “Ja dat weet ik. Maar je denkt toch niet dat ik achter een hoedje aan ga hollen?”

Het is één voorval uit een tachtigjarig leven, maar ik heb het altijd een mooi verhaal gevonden.

Ook mijn vader kon er wat van. Toen hij (inmiddels ruimschoots met pensioen, dus alle tijd van de wereld) eens dringend om een postzegel verlegen zat, trok hij zijn jas aan, zette zijn hoed op en kuierde naar het postkantoor. Of kuierde, hij schreed. In mijn vaders tempo een wandeling van een klein halfuur. Hij betrad de hal van het kantoor, knikte eens vriendelijk naar alle aanwezigen en schreed weer onverrichter zake huiswaarts. Om het later op de dag nog eens te proberen. Wat was er gebeurd? Was hij op weg naar het postkantoor vergeten wat hij daar eigenlijk ging doen? Nee, mijn vader is tot aan zijn dood op hoge leeftijd altijd zeer scherp van geest gebleven. Het was iets anders. Er stond in het postkantoor een rij van wel acht mensen voor het loket. Mijn vader had geen zin had om in een rij te gaan staan. En draaide om. Onverstoorbaar. In alle rust.

Uit zo’n geslacht kom ik dus. Maar in tegenstelling tot mijn voorouders ben ik juist uitermate verstoorbaar. Ik stoor me wat af op een dag. Omdat ik mijn sleutels kwijt ben, of de koffie koud heb laten worden. En buitenshuis wordt het alleen maar erger. Een regenbui waar ik niet om heb gevraagd, losliggende stoeptegels, verkeer van rechts. Het houdt niet op. En net als ik me erbij heb neergelegd dat de wereld nou eenmaal niet zo plezant meer is als vroeger, komt de gemeente Oosterhout met de tevredenheidsmonitor. Wat blijkt? Oosterhouters zijn dik tevreden. Een mooie 7 gemiddeld. Wat is dat voor volk? Storen die zich dan nergens aan?

Of is het onverstoorbaarheidsgen van mijn voorouders alleen doorgegeven aan mijn oudste broer Piet van het CDA? Die een voorbeeld is voor alle Oosterhouters.