Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

De 'el van de Koestraat  |

8 september 2012

 

 

Amsterdam, Londen, New York, Berlijn, Geertruidenberg. Wat hoort er in dit rijtje niet thuis? U weet het antwoord: New York natuurlijk. Want daar hebben ze geen Koestraat.

Een beetje stad heeft een Koestraat. Het is de straat waardoor vroeger de koeien naar de markt gedreven werden. En omdat zo’n kudde kiloknallers nogal wat gewicht in de schaal legde, moest de Koestraat een stevige ondergrond hebben. Traditioneel bestonden Koestraten daarom uit aangestampte aarde. Dat aanstampen deden de koeien zelf, dus een beetje Koestraat vergde weinig onderhoud.

De straatstenen verschenen toen de koeien verdwenen. Want als je een kudde runderen over een keurig en kunstig geplaveid wegdek jaagt, laten de gevolgen zich raden. Er ligt dan geen kei meer op zijn plaats. Straatstenen in een Koestraat zijn daarom in feite een treurig bewijs van verderfelijke nieuwlichterij. Als een gemeentebestuur een Koestraat in alle historische luister wil herstellen, dan moeten de keien eruit! Anders kunnen ze beter voor het moderne alternatief van het oude zandpad kiezen en de zaak keurig asfalteren. Maar Koestraten asfalteren, dat doen stadsbestuurders liever niet. Alleen de Koestraat in Rotterdam is belegd met rood asfalt, maar daar lijden ze dan ook aan een nogal sneu stedenbouwkundig oorlogstrauma.

In Geertruidenberg hebben ze daar geen last van. Net zo min als van historisch inzicht. En daarom moesten er keien komen. Keien op de straat. Keien op de stoep (in Geertruidenberg geloven ze ook dat een stoep tot het historisch stadsbeeld hoort). Overal keien. En dan geen oude, maar nieuwe. Met een paar tweedehandsjes ertussen.

GroenLinks ging er een kijkje nemen en profileerde zich vervolgens als de partij van de lange-termijnvisie. ‘Nieuwe keien worden vanzelf oud,’ voorspelde Minie van de Weerd, een denker voor wie zelfs Geertruidenberg nog een maatje te groot lijkt. Want er is met die keien natuurlijk veel meer mis dan alleen de kleur. Wandel bijvoorbeeld maar eens over die vernieuwde Koestraat. Naaldhakken geen bezwaar. Of neem de fiets: zelfs de dunste wielrenbandjes blijven nog niet tussen de kasseien steken, laat staan dat er scherpe randjes aan zitten waarop je eens flink kan lekrijden. Terwijl dat toch wel het minste is dat je van kinderkopjes mag verwachten. Parijs-Roubaix dankt er zijn wereldfaam aan. De Hel (de ’el, in wielerjargon) van het Noorden.

De ’el van de Koestraat ontwikkelt zich intussen langs een heel andere weg. Daar wordt alles wat naar geschiedenis riekt rap onder die veel te gladde kasseien gestopt. Zodat er een authenticiteit ontstaat die rechtstreeks van de tekentafel komt. Het wachten is op kunststof bakken met plastic bloemen. Dát zou de straat nog eens een fraaie historische impuls geven.

De weg naar de hemel is geplaveid met goede voornemens, zeiden mijn vrome ouders vroeger, als ik weer eens een woest plan had. En de weg naar de ’el met gladde designkasseien, weet ik nu.