Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Politieke kermis  |

25 augustus 2012

 

 

Of het door de Oosterhoutse kermis komt weet ik niet, maar ik zweef wat af de laatste dagen. Vroeger, in standvastiger tijden, was het duidelijk. Een mens stemde niet alleen jaar na jaar op één partij, hij werd er nog lid van ook. Ik wel in ieder geval – al zegt dat ook niet alles. Het is mij namelijk meer dan eens overkomen dat ik op zeker moment lid was van de ene partij en dan toch maar op de andere stemde. Om iedereen te vriend te houden, denk ik.

Maar nu weet ik het ineens niet meer. Ik ben nergens lid van en van de meeste verkiezingsbeloften kan ik ook geen chocola maken. Hoewel, die duizend euro van onze minister-president (de ‘Rug van Rutte’), dat lijkt me eerlijk gezegd wel wat. Maar dan moet ik in 2015, als het op uitbetalen aankomt, nog wel werk hebben. Want aan werklozen en andere armoedzaaiers heeft onze minister-president een broertje dood. Die krijgen niks. Nee, ‘De Rug’ gaat straks alleen naar “al die hardwerkende Nederlanders die iedere dag om zeven uur opstaan”. Aldus de MP. (Om zeven uur opstaan? Dan kan ik het sowieso wel schudden!)

Ik ben over het algemeen niet vies van cadeautjes, maar die duizend pietermannen van Rutte vertrouw ik niet. Waarom zou ik over drie weken op hem stemmen, als hij pas over drie jáár over de brug komt? Bovendien, waar haalt hij dat geld straks vandaan? Van ons allemaal natuurlijk, ongeacht hoe vroeg we opstaan. Want uiteindelijk is ook ‘De Rug’ niet meer dan een koekje uit eigen doos, een sigaar van eigen deeg.

Nee, dan het CDA. Die stonden van de week op de Oosterhoutse Heuvel kaartjes voor de mallemolen uit te delen. Mooie symbolische actie. Ik heb meer drie kwartier in zo’n brandweerauto meegedraaid, voordat een christen-democratische campagnedeerne zei dat het nu welletjes was. ‘Nog één rondje,’ zeurde ik. ‘Dan zal ik op 12 september echt op jullie stemmen!’ Ze geloofde het nog ook!

De PvdA stond ook op de kermis. Ik kon kiezen uit een balpen, een sticker of een ballon. Die ik alle drie nog herkende uit mijn eigen rooie jeugd. Al dertig jaar niks veranderd blijkbaar. Gaf wel een beetje een warm gevoel. Van een afstandje stond Meltem Comertpay weemoedig haar terugkeer te overwegen. Want je mist toch wel een hoop ouderwetse gezelligheid met alleen Abdul Hajjami als partijgenoot. Alleen die liedjes over die ‘verworpenen der aarde’ al. Een mens zou voor minder lid worden.

’s Avonds thuis heb ik ten einde raad de Stemwijzer nog maar eens ingevuld. Maar daar kwam na vier pogingen iedere keer dezelfde partij uit. Daar heb je dus ook niks aan.