Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

De laatste kerntaak  |

11 augustus 2012

 

 

Toen ik nog een klein Jantje was, kwam de vuilniswagen iedere week twee keer langs. En dan niet om volautomatisch plastic containers te ledigen, maar om met pure mankracht zware zinken emmers vol stinkend afval op te tillen en achter in die wagen leeg te kieperen. Geen werk voor mietjes. Vuilnismannen, dat waren pas kerels!

Kon ik vroeger dus alles in één bak plempen die ik op dinsdag en vrijdag aan de straat zette, tegenwoordig komt er wat meer bij kijken. Ik heb containers voor papier, glas, plastic, tuinafval, ander groenvoer en voor wat de gemeente gemakshalve ‘restafval’ noemt. Ik heb werkelijk geen idee wat ik dáár nog in kwijt moet. Ik heb de bakken in de tuin op alfabetische volgorde staan, anders houd ik ze niet meer uit elkaar. De ene week komt de gemeente langs voor ‘groen’, de andere voor ‘rest’. En verder moet ik het zelf maar uitzoeken. Want twee keer per week alle troep ophalen is kennelijk geen kerntaak meer.

Zodra gemeenten over kerntaken beginnen, gaat het mis. Vroeger was er maar één kerntaak en die heette ‘dienstbaarheid’. Na zo’n raadsdiscussie zijn er ineens een heleboel kerntaken, waarin betrekkelijk willekeurig geschrapt kan worden. Zitten er toevallig geen natuurliefhebbers in de gemeenteraad, dan gaan de parken dicht, zonder sportievelingen duiken de sportsubsidies ineens onder nul, zonder lezers zijn de bibliotheken de pineut.

Ik ken eigenlijk maar één gemeente waar ze nog lang dapper vasthielden aan het idee dat eigenlijk álles wel behouden moest blijven.

Drimmelen.

Daar hebben ze net zo weinig geld als ergens anders (of dankzij Mark van Oosterhout misschien zelfs nog minder). Maar ze zijn er wel een stuk slimmer. Hun kerntakendiscussie had nog het meest weg van een showproces. De uitslag stond van te voren vast. De kerntaken van Drimmelen lieten zich handzaam samenvatten in één woord. ‘Niets’.

Nou kun je als gemeente natuurlijk niet meteen overal de stekker uit trekken. Daarom probeerden ze het eerst eens met een piepklein proefballonnetje: die niet eens zo heel mooie elektrische klok in de plaatselijke Dorpsstraat. Dat ding kostte een paar tientjes aan onderhoud. En dat, sprak de gemeente fier, was dus geen kerntaak. Heel even was de spanning te snijden. Zouden de dorpelingen er in trappen? Ja dus. Er meldde zich alras een middenstander die het onderhoud wel voor zijn rekening wilde nemen.

Euforie op het gemeentehuis! Dit smaakte naar meer. Het onderhoud van de bomen in het buitengebied volgde: ook te duur. De gemeente zou er daarom 614 gaan kappen. (Heeft u enig idee hoeveel het omhakken, uitgraven, afvoeren en verwerken van 614 flinke bomen kost? Daar kun je ze minstens twintig jaar van onderhouden.) Niettemin tuinden de Madese Natuurvrienden er met open ogen in. Zij gaan maar liefst negenhonderd knotwilgen onderhouden. Voor nop.

Want dat is de laatste kerntaak die ze in Drimmelen nog kennen: als je vindt dat iets echt nodig is, dan doe je het toch lekker zelf.