Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Brekend nieuws  |

7 juli 2012

 

 

Het komt niet zo heel vaak voor dat mijn thuisbasis landelijk in het nieuws komt. En als het er dan al eens van komt, dan is het bij de verkeersinformatie (“A58, bij Gilze vier kilometer”), of bij het weer (de meeste neerslag werd op vliegbasis Gilze-Rijen gemeten: twaalf millimeter”). Geen feiten die onze nazaten over een tijdje gaan terugvinden in hun geschiedenisboekjes.

Maar een paar weken geleden was er ineens hoop. Ik was met een collega probleemloos naar Den Haag getreind, allemaal keurig op tijd, niks aan de hand. Maar op ons eindpunt stond tot ons beider verrassing breed aangekondigd dat er geen treinverkeer mogelijk was naar Gilze-Rijen. Treinen reden niet verder dan Breda. En om het helemaal spannend te maken voegde het mededelingenbord daar aan toe, dat het reisverbod was uitgevaardigd “op last van de politie”.

Kijk, zoiets maakt indruk. Mijn collega informeerde in elk geval uit wat voor crimineel oord ik eigenlijk kwam, dat de politie mensen verbood om er nog langer heen te reizen.

“Och,” haalde ik mijn schouders op. “Wij zijn wel wat gewend.”

De berichtgeving via de social media dreigde evenwel alras op een anticlimax uit te draaien. Tien uur: een aanslag op een trein. Half elf: een bom naast het spoor. Elf uur: geen bom maar een handgranaat. Half twaalf: oud onbruikbaar oorlogstuig uit ’40-’45. Waarna het vanaf twaalf uur alleen nog maar over een handvol oud ijzer ging, een paar verroeste bierblikjes, geloof ik.

Zo snel kan wereldfaam vervluchtigen.

Van de week was het weer raak. Omdat de spoorbomen bij de Oosterhoutseweg niet meer dichtgingen, stond er in een mum van tijd een file van Rijen tot… ja tot waar eigenlijk? Timboektoe? De krant sprak in ieder geval van “lange files”, dus veel minder zal het niet geweest zijn. Mondiale verkeerschaos dankzij een haperend slagboompje bij Rijen. Veel belangrijker kun je haast niet worden. Minister Melanie Henriëtte Schultz van Haegen-Maas Geesteranus komt ervoor terug van vakantie en roept de noodtoestand uit. Het Rode Kruis verstrekt dekens, het Leger des Heils deelt erwtensoep uit, op smaak gebracht met strooizout.

Op de website van BN/De Stem reageert iemand uit Amsterdam dat het wat hem betreft niks nieuws is. ‘In één jaar heb ik het al vier keer meegemaakt,’ pocht hij. Waarmee ook dit wereldnieuws voor mijn ogen verschrompelt tot alledaags klein leed. De bomaanslag en de bierblikjes achterna.

Maar gelukkig is er één lichtpuntje, ook weer aangebracht door onze mopperende Amsterdammer: ‘En voordat er actie wordt ondernomen, zijn we al twintig minuten verder.’

Ik begrijp dat hij dat lang vindt. Twintig minuten om langs dat verkeersinfarct bij die haperende boom te komen. Ik vind het juist een prestatie van Olympisch formaat. Zeker als je het vergelijkt met de tijd dat ze in Amsterdam al op die Noord/Zuidlijn staan te wachten.