Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Een klein gebaar  |

9 juni 2012

 

 

In 1976 vond de meedogenloze leiding van een streng zomerkamp het nodig om mij en andere zwaargestraften op expeditie naar het voormalige concentratiekamp Bergen Belsen te sturen. Dat zou ons leren! En inderdaad, het hééft ons geleerd. Bijvoorbeeld dat de meest simpele dingen vaak heel indrukwekkend zijn. Dat een klein gebaar meer effect heeft dan barokke overdaad. Gruwelijke films en foto’s, het dagboek van Anne Frank (in 1945 in Bergen Belsen omgekomen), een maquette van hoe het ooit geweest was, het moest het allemaal afleggen tegen de keurig aangelegde groene heuveltjes met op een klein, eenvoudig muurtje een al even eenvoudige mededeling: ‘Hier ruhen 2500 Tote’. Bij een andere heuvel is sprake van ‘5000 Tote’, weer ergens anders liggen er ‘slechts’ 800. Dat is pas privacy. Er staan ook nog een paar losse grafstenen, maar die zijn symbolisch. Zo is er een steen voor Margot en Anne Frank die voortdurend van verse bloemen wordt voorzien. Maar Margot en Anne liggen daar dus niet. Die rusten ergens tussen 800 of 5000 anonieme anderen. Bergen Belsen heeft maar twee jaar als concentratiekamp gediend, maar toch zijn er nog 70.000 doden te betreuren geweest, waarvan 13.000(!) in de eerste weken ná de bevrijding. Ze waren te zeer verzwakt.

Op de weg terug naar ons eigen kamp van ongemakkelijke soldatententjes was het stil. Doodstil. Normaal gesproken legden wij wel wat branie aan de dag. Maar toen even niet.

Daar moest ik van de week weer even aan terugdenken toen ik ‘onze jongens’ van Oranje in Auschwitz zag lopen. Net als wij toen, waren zij er niet alleen. Maar meer dan door doden werden zij er door de levenden omringt. Fotografen, filmploegen, elk journaal en iedere krant had de beelden.

Naar verluidt waren deze branieschoppertjes ook best wel even stil. Ruim een miljoen mensen hebben Auschwitz niet overleefd. Ja, dan mag je er natuurlijk ook wel even het zwijgen toe doen, ook als is het allemaal al erg lang geleden. Later die middag hebben ze weer getraind, toegejuicht door 25.000 geestdriftige Polen – ook geen kinderachtig aantal.

En intussen kalkt het thuisfront hele straten oranje en haalt de vuvuzela’s, vlaggen en maffe hoeden weer uit de kast. Hoe meer hoe liever. Hoe barokker hoe beter. Overdaad baat. Iedere dorp zijn eigen Oranjestraat. Wat zeg ik? Het hele dorp oranje! Want wij leven in een vrij land, nietwaar?

Zelf houd ik het bij een klein oranje vlaggetje, ver weg in de achtertuin. Een beetje verscholen achter de rabarber. Want als ik 36 jaar geleden iets geleerd heb, dan is het wel de kracht van een klein gebaar.