Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

De navel van Dongen  |

21 april 2012

 

 

Omdat wij thuis doorgaans zo’n vijf tot tien jaar achterlopen, kijken wij dezer weken dagelijks naar The West Wing. Eén van onze kinderen heeft alle zeven seizoenen bij ons afgeleverd, met op de dvd-dozen zo’n geel plakbriefje. ‘Kijken!’ staat daarop. Ons kind heeft gelijk. Avond aan avond vergapen wij ons aan de belevenissen in het Witte Huis.

Voor de zeven lezers die nog verder achterlopen dan wij: The West Wing gaat over een nieuwe Amerikaanse president met zijn kersverse staf van briljante, ambitieuze whizkids. Ze zijn allemaal snel, intelligent, flitsend, communicatief. Ze kunnen debatteren als de beste en hebben een onmetelijke feitenkennis. Maar ook een zorgwekkend gebrek aan politieke ervaring. Maar ze weten wat ze willen: vooruit. En ze weten wat ze kunnen: alles. Ze leren het vak in de genadeloze boksring van de Amerikaanse politiek.

Echt rustige momenten kent de serie niet. Er moet immers beleid gemaakt en verkocht worden. Op kantoor, op weg naar een ander kantoor, onder elkaar of met buitenstaanders, altijd en overal zijn ze scherpzinnig, creatief en enthousiast. Ze maken werkdagen van veertien uur en werkweken van zeven dagen. En met succes – uiteindelijk kunnen ze de hele wereld aan!

Vindt u het gek dat ik meteen aan Dongen moest denken?

Daar heeft de gemeenteraad van de week eens flink in de eigen navel gestaard. En dat mocht ook wel. Want ze zijn nu halverwege en wat blijkt? Het niveau van de debatten steekt wat flauwtjes af bij wat ze indertijd voor ogen hadden toen ze met ‘opiniërende vergaderingen’ begonnen. Het had hun eigen schitterende West Wing moeten worden.

Alleen bleek de smeerolie in het zwaaiwiel steengruis te zijn. En dat draait niet zo lekker. De problemen? De debaters weten niet waar ze het over hebben, willen daar vervolgens niet over debatteren en kúnnen trouwens ook helemaal niet debatteren. Een paar vervelende details die blijkbaar niemand had voorzien.

Het gevolg laat zich raden. ‘In de eerste termijn stellen de raadsleden braaf vragen aan het college,’ schrijft burgemeester Simone Dirven. ‘En pas in de tweede termijn komen ze met een standpunt. Maar ja, da’s wel meteen ook de laatste termijn.’ Het moet niet te gek worden, begrijp ik. Een heus debat in twee termijnen. Meer kan Dongen niet aan. Op het scherpst van de snede een standpunt verkondigen waar vervolgens niemand meer op mag reageren. Het is natuurlijk armoe. In een beetje debat wissel je net zo lang argumenten uit tot één van de partijen er huilend de brui aan geeft. Dan is het pas echt.

Ik heb overigens maar één keer zo’n debat meegemaakt. In juli 1998. Omdat de burgemeester en alle loco’s al met vakantie waren, zat wethouder Cees Beenackers de Raad van Gilze en Rijen voor. Het werd een dolle boel. Debatten spinden zich uit over 26 termijnen. Maar dat kwam toch vooral omdat Cees B. geen orde kon houden.