Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

De sterke arm  |

14 april 2012

 

 

Ik ben in een grijs verleden eens getuige geweest van een fikse caféruzie. Vanaf een veilige afstand, dat begrijpt u. Mannen die waarschijnlijk nog nooit een goed gedicht hadden gelezen of een sonate van Schubert beluisterd, gingen elkaar met biljartkeus en kapotte bierflessen te lijf. De uitbater van de horecaonderneming was een verstandig man en belde de politie. Met succes: al na vijf minuten kwam er een busje met veldwachters voorbijrijden. Die keken al dat geweld eens hoofdschuddend aan en reden door. Een stief kwartiertje later herhaalde het tafereel zich: langsrijden, aankijken, hoofdschudden, doorrijden. Pas toen na een halfuur de rust weer enigszins was teruggekeerd, stapten ze uit. Wat er gebeurd was, wilde er eentje weten. Terwijl twee collegae intussen een paar zwaargewonden langs de stoeprand legden, klaar om opgehaald te worden.

Ik was in die tijd Amerikaanse politieseries gewend, waarin doorgewinterde criminelen het in hun broek deden zodra de Sterke Arm der Wet ten tonele verscheen. Bomen van kerels lieten zich huilend in de boeien slaan en als er eens eentje een zwak protest liet horen, kreeg hij met de lange lat. Toen ik een paar dagen later bij een bevriende koddebeier het laakbare gedrag van zijn collega’s hoonde (ik gebruikte het woord ‘lafbekken’), kreeg ik een verrassend antwoord. De heren hadden zich blijkbaar keurig aan de instructies gehouden. Het kwam erop neer dat de politie zo’n keu liever op het hoofd van een dronken burger zag neerkomen dan op dat van een eerzame, hardwerkende agent. En ik maar denken dat het nou juist de bedoeling was dat die keu helemáál niet neerkwam – en dat we politie hadden om dat te voorkomen.

Die instructie is intussen in de loop der jaren nog wat aangescherpt. ‘Niks doen, vooral niet als het erg is,’ staat er nu. Dat is ook de reden waarom de politie van Geertruidenberg liever een paar fietsers-zonder-achterlicht vervolgt, dan dat ze op een bomaanslag op een auto af gaan.

De volgende stap? Misschien dat je straks bij de politie gewoon je bomaanslag kunt bestellen. Die dan keurig en op een verantwoorde manier voor je wordt uitgevoerd. Alles om het de vandalen naar de zin te maken, nietwaar.

Bijna tegelijkertijd lazen in Oosterhout scholieren gedichten voor over solidariteit. ‘Je bent niet alleen / Ik vecht met je mee / Ik heb een idee / Laten we samen blijven’ lees ik in het winnende gedicht van Robin Heijne van het Oelbert. En op 4 mei leest Charlotte Fontijne uit St. Michielsgestel bij de dodenherdenking op de Dam haar gedicht ‘De stilte spreekt’ voor. Een paar regels geef ik u alvast: ‘Men zegt: ‘Twee minuten is het stil’ / Zo heb ik ze nooit beleefd / Stilte is als er mensen zwijgen’.

Zomaar twee scholieren, kinderen van vijftien. Misschien kunnen de brave Bergenaren er hoop voor de toekomst uit putten. De sterke arm van de jeugd en van de poëzie spreekt al. Nou de Sterke Arm der Wet nog.