Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Tranen van vinyl  |

21 januari 2012

 

 

In 1967 stond Vietnam in brand en werd er in de hele wereld tegen die oorlog gedemonstreerd. In Chicago leidde Martin Luther King een mars met 5000 demonstranten. En in Den Haag trouwde onze eigen Margriet met meester Pieter. Toch beweert schrijver James Woodall in zijn boek over John Lennon en Yoko Ono dat voor veel mensen de belangrijkste gebeurtenis van dat jaar de aanschaf van een grammofoonplaat was. Een elpee. En ik vrees voor mijn generatie dat Woodall daarin gelijk heeft. Een goed deel van dat jaar gingen de gesprekken over Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van de Beatles. Over de muziek. Over de teksten. En niet te vergeten over die hoes. Heel vreselijk natuurlijk, die oorlog in Vietnam. Maar hij kwam wel op de tweede plaats. Een plaat als wereldnieuws.

En dat bleef nog wel een paar jaar zo. In de vroege zomer van 1970 liep ik door de Veemarktstraat in Breda met in mijn hand een grote plastic tas van zo’n platenwinkel en op mijn gezicht een onuitstaanbaar tevreden glimlach. Tussen de platenboer en het station ben ik op die doordeweekse middag maar liefst drie keer aangesproken door betrekkelijk vage kennissen. Niet om mijn innemende persoonlijkheid maar vanwege die tas. Zij wilden weten welke plaat ik gekocht had, daar hadden zij recht op. Nou was het gelukkig Déjà vu van Crosby, Stills, Nash & Young, niets om me voor te schamen dus. Maar voor hetzelfde geld liep je daar met Engelbert Humperdinck en dan had je wat uit te leggen (‘Voor mijn vader,’ deed het altijd wel, mits ondersteund door een pokergezicht).

Voor zo’n elpee telde je indertijd het astronomische bedrag van 19 gulden 90 neer. Voor de jonge lezertjes: dat is wel even dik 9 euro! Dat deed je niet iedere maand.

Met cd’s heb je dat allemaal niet zo. Om te beginnen zie je er niemand mee op straat. Het doosje zit in een jaszak of weggegleden tussen de boodschappen. Bovendien kosten die dingen ook niks meer. En wat niets kost, is volgens de wetten van het consumentisme ook niets waard, nietwaar?

Maar er is een kentering merkbaar. Alweer een paar jaar geleden raakte ik aan de praat met een tamelijk jeugdig personage. En het gesprek kwam op miraculeuze wijze op een cd-winkel die ik onlangs bezocht had. ‘O,’ riep het jeugdige personage enthousiast uit, ‘maar daar hebben ze ook een heel mooie collectie vinyl!’

En ik dacht: vinyl?

Nu, drie jaar later, is bijna elke goeie cd weer als elpee te koop. Of ‘op vinyl,’ zoals jeugdige personages het graag noemen. Aanstaande zondagmiddag (ja, da’s morgen al) vieren ze in 013 in Tilburg de jaarlijkse Dag van het Vinyl. Een soort feest van de wedergeboorte.

Goed, het is maar één dag. Niet eens. Maar het is een begin. Het ontroert mij. Ik schrei tranen van vinyl. En haal morgen nog eens lekker Déjà vu uit die enorme hoes.