Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

De bouwpastoor van Molenschot  |

14 januari 2012

 

 

Ik ben in mijn prille jaren nog een hele tijd misdienaar geweest. Gewoon in het nette hoor. Ik heb misschien één of twee keer van de wijn gesnoept, maar ik ben verder nooit echt misbruikt of zo. Daar had onze pastoor helemaal geen tijd voor. De brave man was bouwpastoor, dus die moest een compleet nieuwe kerk bouwen. En daar ging al zijn energie in zitten. Wij misdienaars stonden hem daarbij met raad en daad terzijde, dat spreekt vanzelf. Als beloning mochten wij op de dag van de eerste-steenlegging met zijn allen een heus muurtje metselen. Ik heb later, toen de kerk af was, nog wel eens naar dat muurtje gezocht. Maar zo’n vreselijk schots en scheef bouwwerk was in die hele kerk nergens meer terug te vinden. Mijnheer pastoor had ons op die feestelijke dag blij gemaakt met een illusie – wat natuurlijk zijn vak ook was.

Maar ik kan dus in alle bescheidenheid wel zeggen dat ik over enige ervaring beschikt als het om bouwen gaat. Mijn kerk is intussen dan wel gedegradeerd tot een cultureel centrum, maar het ding staat er nog steeds. Al bijna vijftig jaar!

Ik keek dan ook niet raar op toen de gemeente Gilze-Rijen mij een tijdje terug opbelde. Over Molenschot. Daar moest gebouwd worden, maar ze hadden geen flauw idee hoe. ‘Wat jullie nodig hebben, is een degelijke ouderwetse bouwpastoor,’ orakelde ik. En ik wilde daar meteen een heel mooie salariseis bij formuleren. Lau lavooij, de wethouder van dienst, was onder de indruk. Maar hij vertaalde het meteen wel heel ambtelijk in een ‘speciale ambtenaar voor woningbouw in Molenschot’. En dat leek mij weer niet zo swingen op mijn cv. Wel een gouden baan natuurlijk. Want er wordt in Molenschot al jaren helemaal niks gebouwd. Ja, maquettes.

Want hoewel de Koninklijke Luchtmacht de plaatselijke basis alleen nog gebruikt voor recht-op-en-neergaande helikopters, houden ze als het om Molenschot gaat nog graag een slag om de arm. Je weet immers maar nooit waar je zo’n dorp in tijd van oorlog allemaal nog voor kunt gebruiken. Daarom mag er niet te veel gebouwd worden. Eigenlijk had Defensie het liefst dat hele dorp afgebroken. Maar daar voelt Lavooij niks voor. Gebouwd zal er worden! Onder leiding van een heuse bouwambtenaar, die voorlopig in ieder geval nog niets omhanden heeft. Maar misschien verandert de luchtmacht volgende week wel ineens van inzicht en geven ze Molenschot terug aan de Molenschotters. Dan kan de ambtelijke bouwpastoor eindelijk aan het werk. Tot die tijd zal hij zich met zijn maquettes moeten behelpen. Want misdienaartjes hebben ze zelfs in Molenschot niet meer.