Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Warme, wollen winterpalen  |

24 december 2011

 

 

Ik vind het een mal verschijnsel, die met breiwerkjes ingepakte lantaarnpalen in Oosterhout. Niet dat ik iets tegen het verrichten van nuttige handwerken heb, maar je moet het wel binnenshuis houden vind ik. Of op het hoofd, om de nek of aan de handjes van man en kinderen. En later, zolang de reuma niet toeslaat, ook van de kleinkinderen.

Het is jaren geleden begonnen met hondjes. Van die kleine, kale scharminkels die bibberen waar ze staan. Maar dat is niet van de kou, dames! Dat is uit angst voor de grote boze buitenwereld die hun voorouders net zo lang heeft doorgefokt tot er een klein, kaal, bibberend scharminkel overbleef. Met dank aan de wetten van Mendel en de evolutieleer van Darwin. Ik geef toe, het zijn sneue beestjes. Maar met zo’n gebreid truitje wordt dat er niet beter op, toch?

Daarna kwamen de bomen aan de beurt. Maar daar ging natuurlijk best wel een hoop wol in zitten. En bovendien gingen die bomen dood. Goede raad was in dit geval niet eens zo heel erg duur. Want wat stond daar tussen al die vette eiken langs de Oosterhoutse dreven? Precies, lantaarnpalen. Mager, glad en ijskoud. Alleen rilden ze niet. Maar een knappe breister die daarvan wakker ligt. Een lantaarnpaal stribbelt bovendien niet tegen als je hem een jas aantrekt, wat ook een niet onbelangrijk voordeel is.

Op zich lijkt het een tamelijk onschuldig vermaak. Die lichtmasten hebben er in ieder geval geen last van. Denk ik. Maar terwijl ik dit opschrijf begin ik al te twijfelen. Want een lantaarn met zo’n kleurig hesje staat natuurlijk wel (vergeef me de makkelijke woordspeling) voor paal. Ze zien er op zijn zachtst gezegd een beetje treurig uit.

De dame van de breiwerkjes vertelde tegen deze krant dat ze het deed om ‘een beetje positiviteit en kleur in de wereld te brengen’. Ik weet niet waar die mevrouw op school heeft gezeten, maar ik heb vroeger bij natuurkunde geleerd dat ‘positief’ tegenover ‘negatief’ staat. Plus versus min. Als een lantaarnpaal met een truitje positief is, moet daar dus iets tegenover staan. Maar wat is er negatief aan een lantaarnpaal zónder jasje? Is zo’n paal bloot, hongerig of bedroefd? Staat hij op het punt het land uitgezet te worden? Is hij een schrijnend geval? Nee, een gewone stevige Oosterhoutse ijzeren straatlantaarn zonder breisel deugt, daar is niks mis mee. Alles wat daar aan uitzonderingen en malligheden omheen hangt, is juist het negatieve. Precies zoals de elektronen rond een positieve atoomkern allemaal minpuntjes zijn. Kapotte lantaarnpalen met de draden eruit getrokken, díe zijn negatief. Net als straatverlichting met een jurkje. Het is allemáál vandalisme.

Bovendien lokt in dit geval het ene misdrijf ook nog eens het andere uit: van wildbreien komt wildplassen. Arme, arme lantaarnpalen.