Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Tussen Breda en Tilburg  |

5 november 2011

 

 

De jaren ’80 zijn goeddeels aan mij voorbijgegaan. De komst van Michail Gorbatsjov en de dood van Willy Alberti, het pausbezoek en de 8-meibeweging, Joop Zoetemelk wereldkampioen, We are the world en de moord op Olof Palme, ik heb het allemaal van horen zeggen. Het is een decennium zonder inhoud, want van 1980 tot 1990 zat ik in de trein. Iedere dag forensde ik van Gilze-Rijen naar Rotterdam CS. Tien jaar lang, vijf dagen per week. Tel uit je winst.

Ik weet daarom helemaal niks meer van die jaren. Niet dat ik iets verdrongen heb, want er was niets om te verdringen. Ik stapte gewoon iedere morgen om zeven uur in die trein en kwam er ’s avonds om zeven uur weer uit. Tussendoor deed ik natuurlijk nog wel iets vaags in Rotterdam, maar dat mag geen naam hebben. Dat was alleen om de hypotheek te betalen. Voor een huis dat ik alleen maar zag als het donker was.

Mijn verhalen over de jaren ’80 vermogen dan ook weinig mensen te boeien. ‘Wat deed jij in die tijd?’ ‘Ik zat in de trein.’ Tja, dan ben je natuurlijk gauw uitgepraat.

Ik was daarom blij met het boekje Onze excuses voor het ongemak dat deze week verscheen. Het doet verslag van het forensenbestaan van Volkskrantjournalist Robert Giebels die jarenlang van Breda naar Amsterdam treinde. Vooral toen hij het had over het spoor tussen Breda en Tilburg leefde ik op. Eindelijk erkenning! Die twintig kilometer rails blijken een metafoor te zijn voor alle ellende op gans het vaderlandsche spoorwegnet. Storingen, vertragingen, storingen, aanrijdingen, storingen, storingen en storingen. Tussen Breda en Tilburg gebeurt het, weet Giebels uit ervaring. En ik kan dat beamen.

Ik moest meteen denken aan die vertraging die ik ooit zelf heb veroorzaakt.

Ter inleiding moet ik u inwijden in een bijzonder forensenfenomeen. Als je jarenlang met dezelfde mensen het zelfde traject aflegt, leer je elkaar goed kennen. Dat begint met een praatje (over de NS natuurlijk) en eindigt met allerlei ontboezemingen van relationele aard. En het bijzondere is dat je na al die jaren alles van elkaar weet, behalve de naam. Want het moment van voorstellen is inmiddels geruisloos voorbijgegleden.

Samen met een paar van die bekende onbekenden stond ik op zekere ochtend in Rijen voor de spoorbomen naar het perron te wachten. Die waren dicht en bleven dicht. In de verte naderde onze trein. Die keurig op tijd stopte. Alleen konden wij er niet bij komen, omdat die verrekte bomen dicht waren. Er restte ons niets anders dan er onderdoor te kruipen en de trein in te springen. Maar daar had de spoorwegpolitie op gewacht! Die getroostte zich enorm veel moeite om ons in het gedrang te achterhalen en weer buiten op het perron deponeren. Dat duurde door de drukte een kleine tien minuten. Pas daarna mocht de trein weg. Zonder ons.

Het treinverkeer was de rest van de dag ernstig ontregeld. Dat dan gelukkig weer wel.