Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


 

Oosterhout zegt ja  |

22 oktober 2011

 

 

Als ik soms van gekkigheid niet meer weet wat ik moet doen, wil ik nog wel eens over het web naar Oosterhout surfen. Je bent er zo en ze stralen er nog immer dat aangenaam dorpse uit, waardoor je je afvraagt waarom ze ooit stad zijn geworden. Het is, kortom, een aangename, vriendelijke en betrekkelijk ongevaarlijke site.

En er is iedere keer wel iets humoristisch te beleven. Zo knalde er van de week een bleke roze button  (hoe flitsend wil je het hebben?) uit met de tekst ‘Gemeente Oosterhout zegt ja’. En ik dacht: ‘O ja?’

Even doorklikken maakte een hoop duidelijk. De gemeente zegt ja tegen orgaandonatie. En dat klinkt wel heel mooi, maar het stelt natuurlijk bitter weinig voor. Want wat zou Oosterhout in hemelsnaam moeten doneren? Zijn winkelhart? Je zal er maar mee wakker worden! Dat je na jaren sukkelen met ruis, ritmestoornis en lamme kleppen eindelijk aan de beurt bent voor een operatie en dat je dan uit de narcose komt met een enorme zin om te gaan shoppen! In Oosterhout! Ik zou onmiddellijk een retourkaartje hartkliniek kopen en mijn oude krakkemikkige rikketik terugeisen.

Nee, dat hart wil denk ik niemand.

Het is met die donoractie toch al een beetje raar gesteld. ‘Jaarlijks overlijden er tientallen patiënten die te lang op een donororgaan moeten wachten,’ meldt de gemeentesite. Maar dat is toch juist goed? Want als er niemand overlijdt, komen er toch ook geen verse organen beschikbaar?

Van mijn militaire diensttijd herinner ik me de cursus ZHKH. Dat stond voor Zelfhulp-Kameradenhulp. Het idee was dat er aan het front wel eens iets mis zou kunnen gaan (afgeschoten been, verbrande longen door mosterdgas, hevige dorst) en dat er dan kameraden waren die iets voor je konden betekenen. Alle kwalen, beschadigingen en verwondingen traden dankzij de verbale kwaliteiten van onze sergeant-majoor zó plastisch voor het voetlicht, dat de lust om in die omstandigheden nog iemand te helpen, ons al gauw verging. Wij herdoopten die cursus dan ook al snel in Zelfhulp-Kameradenmoord. – uitsluitend uit menslievende overwegingen, dat begrijpt u. Sommige hulp wil je je kameraad niet aandoen.

Met die donoractie is het min of meer hetzelfde gesteld. Van mij mogen ze (liefst ná mijn dood) alles hebben wat los en vast zit. Ik hecht niet zo aan die dingen. De vraag is eerder of ik iemand met mijn hart of mijn lever op wil zadelen. Om over mijn bloed nog maar te zwijgen. Ik heb in mijn overmoedige jaren ooit een tijdje bloed gegeven. Totdat de hoofdzuster van de Bloedbank daar in hoogsteigen persoon een stokje voor stak. Ik moest maar niet meer langskomen, mijn goede bedoelingen ten spijt.

Daarom, en daarom alleen, heb ik geen donorcodicil. En het zou Oosterhout sieren als ze mijn voorbeeld volgden. Puur uit medemenselijkheid.