Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 


Mooie Keetje uit Oosterhout,

'Het Noordbrabantsche meisje'

(Hildebrand: Camera Obscura)

afbeelding: Cubra


Bloed, hart & nieren  |

25 juni 2011

 

De allereerste keer dat ik van Goirle hoorde, was toen een radiopresentator met twee jaar mavo-Frans het over Gwaarle had. Ik weet niet meer waar het over ging, er zal wel iemand een plaatje aangevraagd hebben.

De tweede keer was indrukwekkender. Ik werkte indertijd als expat in Rotterdam, toen een collega (inderdaad, uit Goirle) mij triomfantelijk een pagina uit een Engels telefoonboek onder mijn neus schoof. Het was de bladzijde met de internationale nummers. Onder ‘Netherlands 0031’ stonden de belangrijkste steden genoemd: Amsterdam (020), Breda (076), Eindhoven (040), Goirle (013), Groningen (050) en zo verder. Tilburg ontbrak. De onwetende Britten hadden natuurlijk gewoon alle korte netnummers (‘de grote steden’) genomen en er het eerste het beste dorp bij vermeld dat ze tegenkwamen. Dat snapte ik. Maar de Goirlenaar naast mij dacht daar toch een nuance anders over. Hij las er de enorme Angelsaksische waardering in voor zijn eigen vliegenstrontje op de wereldkaart. Ach.

Nog weer later werd Goirle het dorp van Ireen Wüst, zij het met wisselend succes.

Maar sinds deze week is dat allemaal anders. Het roemruchte dorpsverleden verbleekt bij de plaats die Goirle vanaf nu inneemt in ons hart. Niemand van ons kan zich nog een schimpscheut in de richting van dit thuisland der weldoeners veroorloven. Want vroeg of laat krijgen we er allemaal met te maken. Als het een beetje tegenzit tenminste.

Want waar moeten we straks zijn voor een nieuwe hartklep? Wie levert er een verse lever als de onze verzadigd is? Waar halen we nieuw beenmerg, vers bloed en nauwelijks gebruikte nieren vandaan? Juist, uit Goirle. Ruim de helft van de inboorlingen heeft een donorcodicil ingevuld en meer dan één op de drie stelt alles wat los en vast zit onvoorwaardelijk ter beschikking. Goed, sommigen maken het voorbehoud dat ze eerst dood moeten zijn, maar dat valt te regelen lijkt me.

Ter vergelijking: in Oosterhout is net iets meer dan een kwart van de mensen donor. Die terughoudendheid komt vooral voort uit angst afgewezen te worden. Dat de zuster de operatiekamer binnenkomt met een zojuist op het Slotjesveld aangetroffen goed doorbloede lever en dat de patiënt dan zegt: ‘Nee dank u’.

Dan scoort Dongen een stuk beter. Niet zo goed als Goirle, maar de kans dat je nieuwe nier uit Dongen komt is toch niet helemaal uit te sluiten.

In Gilze is het aantal codicils weer een tikje aan de lage kant (47%). Maar dat schijnt vooral te komen omdat je nergens een hokje aan kunt kruisen dat je organen onder geen beding naar een Rijenaar mogen.

Overigens is al dit regionaal gecijfer niet meer dan aanmodderen in de marge. Want wat dacht u van het dorp Ossenwaard in Utrecht? Daar heeft iederéén een donorcodicil. En maar liefst 80% van de bevolking heeft daar ‘Ja’ op ingevuld. Hoeveel mensen er in Ossenwaard wonen? Precies vijf.