Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 

 

 


500 woorden |

 

Omtrent Deedee (Hugo Claus)

 

Nathalie hijst haar 120 kilo vormloos vlees in de beste stoel en zucht. Ze vindt het allemaal maar spannend. Want haar meer dan gemiddeld gemiddelde Vlaamse familie komt vandaag in de pastorie van Memmel de sterfdag van Moeke gedenken. Dat doen ze ieder jaar. Haar kleine broertje Antoine met zijn onnozele Lotte. Haar lievelingsbroer Albert, de sukkelaar. Die zal zijn vrouw Taatje denkelijk niet doen meekomen vandaag, want Taatje drinkt en dat past niet. Maar Claude zal er zeker bij zijn. Die jongen is weliswaar geen echte Heylen, wat zijn bleke trekken gemakkelijk verraden, maar het is een schat. Deedee is ook gek op hem.

Deedee, die heet op gewone dagen  mijnheer pastoor. Maar niet op de gedenkdag van Moeke. Dan is hij één met Heylens. Deedee dus. Nathalie is zijn huishoudster (wat natuurlijk niet het juiste woord is, want Hij is God, en zij is Zijn godin).

O ja, en dan is er nog Jeanne, de wilde, de ongetemde, met haar vreemde Italiaan. Natalie schudt haar hoofd. Mag zij een man vreemd noemen die alleen maar zemelen eet? Nou dan!

 

Na de Heilige Mis in de dorpskerk van Memmel gaat er gegeten worden. Mijnheer pastoor, ach nee Deedee, voegt zich bij hen aan tafel. Hij laat de wijn overvloedig vloeien en Antoine die telkens bijschenkt als Lotte even niet kijkt, gaat er zich tamelijk plezant bij gevoelen. Aan de muur hangt een prent van een man die met zwaarden is doorboord en waar iets bijgeschreven staat wat hij niet begrijpt. Iets in het Latijn. ‘Gladys uterus’ leest hij. Als dat niet curieus is!

Iemand stelt voor om spelletjes te spelen. ‘Strippoker,’ zegt er een (Claude natuurlijk, dat bastaardjong). Maar Deedee beslist anders. Het worden charades. Antoine schaamt zich als hij zijn Lotte hoort monkelen dat zij dat niet kent. Maar Claude en Jeanne zijn er wel voor in. Zij verbeelden de verwekking van Aphrodite door Zeus, die daartoe zijn zaad in de golven stort. Het is wreed, maar niemand snapt het. Behalve Deedee die juist een ogenblik is afgeleid doordat Jeanne hem een blik in haar kruis gunt. Een pastoor en een kruis, dat moet toch kunnen. Maar voor alle zekerheid prent zij hem wel de waarheid Christi in door op hetzelfde moment haar naaldhak in zijn handpalm te boren. Gewoon om misverstanden te voorkomen. Aan het kruis moet nou eenmaal geleden worden.

‘Nondedju!’roept Albert als hij het tafereel aanschouwt. En hij kijkt daarbij triomfantelijk om zich heen. Begrijpt de wereld dat hij, Albert, haar zojuist heeft verrijkt met een schoon exempel van dat curieuze namaakvlaams dat de ’Ollanders voor authentiek verslijten en waarmee zijn schepper nog menig succes zal boeken?

Maar Claude is minder gelukkig met het wereldse bestaan. Natuurlijk, hij is puber en dus eenzaam. Hij heeft een scooter maar geen vrienden. Kent wel de geschiedenis van Aphrodite, maar niet  de liefde. En dan verraden Deedee en tante Jeanne hem ook nog. Een mens zou zich voor minder verhangen. Zo niet Claude. Die doet het ervoor.