Het leven en de werken

jan-dejong.nl

THUIS  |  ESSAYS  |  500 WOORDEN  |  COLUMNS  |  RECENSIES LTM  | JAN DE JONG OP CUBRA.NL  |  FOTO'S 

 

 


500 woorden |

 

Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (Multatuli)

 

Als u minister in ruste bent, of literatuurvorser in bezigheid, moet u toch ook eens mijn boek lezen, dat boek waar iedereen over spreekt. Want vergist u niet, lezer: u heeft een meesterwerk voor u. Een document dat niet alleen een heilige poesaka is voor de kleine Max en zijn zusje (ach ja, en voor Tine natuurlijk, ik zou haar bijna vergeten. Maar ja, ik ben dan ook een groot denker, een genie, en Tine… is Tine.)

Het is aan mij om in al mijn megalomane grootheid Havelaars geschiedenis te schrijven. En ja, het is aan mij om u bij te praten over het verachtelijk burgerdom der Droogstoppels en Wauwelaars. Aan mij om u te roeren met de romantische ontboezemingen over die brave Stern die Louise Rosemeyer kuste, die in suiker doet. Stern, die amper Hollands sprak en niettemin de Havelaar schreef. Neen lezer, ik schreef. Ik was het die uw meest diepzinnige gedachten wekte met de vernuftige parabel van de Japanse Steenhouwer; die u bladzijden lang verveelde met dat Pak van Sjaalman dat verder geen enkele rol speelt in het boek – het zij mij vergeven.

Ja, ik was het ook die u tot tranen toe bewoog met de vet aangezette doch in-trieste geschiedenis van Saïdjah en Adinda, twee inlanders met de gevoelige inborst van Europese romantici. Ik was het die hen al die buffels deed ontstelen, opdat u de Radhen Adhipatti Karta Natta Negara, zou minachten en deze twee Europese inlanders, of inlandse Europeanen in uw hart zou sluiten. En ik, ja ik alleen, was het die de hoofden van Lebak toesprak, de gifmoord op Slotering onderzocht, de uitbuiting der arme boeren door de regent aan de kaak stelde, de resident schoffeerde en de gouverneur-generaal het mes op de keel zette.

Ja ik, Multatuli, ‘die veel gedragen heb’, ik heb u van het begin tot het einde door deze magistrale roman, dit uitzonderlijke voorbeeld van grote negentiende-eeuwse literatuur geleid. Want u moet toegeven: schrijven kan ik. Natuurlijk, op de compositie van mijn boek is ongetwijfeld wel het een en ander af te dingen. Maar tekent het niet ook mijn grootheid dat desondanks en ondanks alle andere gebreken groot en klein, ik een meesterwerk geschapen heb dat zijn gelijke niet kent, niet in onze tijd en niet in eender welke andere tijd?

Als ik mij excuseer voor de vorm van mijn boek, dan moet u dat niet opvatten als meer dan een obligate retorische geste. Mijn boek is af en ik ben er trots op! En nu zal ik gelezen worden, door u lezer, en door alle andere lezers. En voor hen die nog aarzelen draag ik mijn boek op aan Willem de Derde, Keizer van het prachtige rijk der Insulinde, Groothertog en Prins van die Gordel van Smaragd. Want mijn boek dient een hoger doel. Het klaagt het vaderlandse burgerdom aan in zijn hoogmoed en in zijn cynisme, het bestrijdt de politiek en de kerk en de ambtenarij die al zo onnoemelijk veel kwaad hebben gesticht. En ach, wellicht doet het ook nog iets aan het treurige lot van de inlander.

Maar eerst en vooral zal mijn boek gelezen worden door eenieder, is hij minister of handelaar in koffie, lakei of bidprediker, letterkundige of student, die toch ook eens het boek moet inzien dat zo prominent op de verplichte lijst prijkt. Zij allen zullen mij lezen en uit hunne kelen zal het eenstemmig klinken: JA, deze MULTATULI was waarlijk een groot schrijver!